Marcia Bjornerud
“Ik was altijd een goede leerling geweest, hoewel een beetje wijsneus, zo geef ik toe – behendig met woorden en behoorlijk goed in wiskunde”. Inmiddels is Marcia Bjornerud geoloog, professor en schrijver. Naast haar beroepen is ze ook een rasverteller: haar boek voelt dikwijls aan alsof je fictie leest. Ze blijft natuurlijk ook een wijsneuzig professor, maar het boek is geen opgedirkte cursus geologie. Ze vertelt over haar lotgevallen (verliefdheid, huwelijk, kinderen, tegenslagen …), diept gedetailleerde herinneringen op alsof het niets is, en weeft hier tal van geologische verhalen doorheen. Die schikt ze in tien hoofdstukken, met telkens een steensoort als kapstok.
Ze groeide op in een landelijke omgeving, met ouders die ook van boeken hielden. Telkens ze ten vreemde huize kasten aantrof zonder boeken, vroeg ze zich als achtjarige af waar deze zonderlingen die dan wel bewaren. Een woonst zonder boeken? Ondenkbaar. Tijdens haar opleiding geologie, begon ze na een paar weken in te zien dat de stenen archieven van veel oudere werelden zijn. Elke steen is een tekst die vertaald moet worden, een poort naar het hermetische rijk van het innerlijke leven van de aarde. Deze gedachte leidt naar de wetenschapspionier Linnaeus, die de levende natuur in drie grote groepen opdeelde: dieren, planten en … stenen.
Als jong meisje legde ze zichzelf voortdurend en herhaaldelijk op om een doos knoppen te sorteren. Ze faalde steeds weer. Ze kon geen dominant kenmerk ontwaren, en dus was er geen eensluidende ordening mogelijk. De knoppen tartten haar. Dit inzicht hielp haar in de geologie. De obsessie van de geologie met nomenclatuur heeft de geologen op een dwaalspoor gebracht, omdat het de nadruk legt op objecten in plaats van gebeurtenissen. Gesteenten worden voorgesteld als inerte materie, en niet als de van vorm veranderende tijdreizigers die ze zijn. Geologen denken in vier dimensies, inclusief de tijd. “Elk gesteente schrijft in codetaal zijn eigen autobiografie,” schrijft ze.
In tegenstelling tot flamingo’s of mangrovebossen hebben de meeste stenen een levensverwachting van tientallen tot honderden miljoenen jaren, waarbij ze zich in wisselende contexten bevinden. In tegenstelling tot hun reputatie zijn ze niet ongevoelig en onbewogen, maar afgestemd op hun omgeving en veranderen ze hun uiterlijk dienovereenkomstig, meestal geholpen door water.
Voor de lezer die zich geologiejargon wenst eigen te maken, is Bjornerud een droom. Je leert over subductie en decompressiesmelting, viscositeit en vesiculatie, mid-oceanische ruig, ignimbriet, pyroclastische stromen, uniformitarianisme en ga zo maar door. Ze sleept je mee naar expedities in Nieuw-Zeeland, de Apennijnen, Spitsbergen en Noorwegen; ze doordrenkt het boek met gedachten over mogelijke processen, argumenten voor en tegen, en de meeste aannemelijke verklaring. In haar verhaal zijn het de stenen die spreken, als “sedimentaire logboeken”. Als geologen denken we een speciaal inzicht te hebben in het verstrijken van de tijd, maar in feite kun je de werkelijke betekenis van de tijd alleen tijdens het leven zelf ervaren.
https://www.uitgeverijtenhave.nl/boek/het-verborgen-leven-van-stenen/
Deze tekst verscheen op de site van BBL op 8 april 2026 https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/doorbomen-en-aarden-drie-boeken