donderdag 16 april 2026

Het verborgen leven van stenen

 Marcia Bjornerud


“Ik was altijd een goede leerling geweest, hoewel een beetje wijsneus, zo geef ik toe – behendig met woorden en behoorlijk goed in wiskunde”. Inmiddels is Marcia Bjornerud geoloog, professor en schrijver. Naast haar beroepen is ze ook een rasverteller: haar boek voelt dikwijls aan alsof je fictie leest. Ze blijft natuurlijk ook een wijsneuzig professor, maar het boek is geen opgedirkte cursus geologie. Ze vertelt over haar lotgevallen (verliefdheid, huwelijk, kinderen, tegenslagen …), diept gedetailleerde herinneringen op alsof het niets is, en weeft hier tal van geologische verhalen doorheen. Die schikt ze in tien hoofdstukken, met telkens een steensoort als kapstok.

Ze groeide op in een landelijke omgeving, met ouders die ook van boeken hielden. Telkens ze ten vreemde huize kasten aantrof zonder boeken, vroeg ze zich als achtjarige af waar deze zonderlingen die dan wel bewaren. Een woonst zonder boeken? Ondenkbaar. Tijdens haar opleiding geologie, begon ze na een paar weken in te zien dat de stenen archieven van veel oudere werelden zijn. Elke steen is een tekst die vertaald moet worden, een poort naar het hermetische rijk van het innerlijke leven van de aarde. Deze gedachte leidt naar de wetenschapspionier Linnaeus, die de levende natuur in drie grote groepen opdeelde: dieren, planten en … stenen.

Als jong meisje legde ze zichzelf voortdurend en herhaaldelijk op om een doos knoppen te sorteren. Ze faalde steeds weer. Ze kon geen dominant kenmerk ontwaren, en dus was er geen eensluidende ordening mogelijk. De knoppen tartten haar. Dit inzicht hielp haar in de geologie. De obsessie van de geologie met nomenclatuur heeft de geologen op een dwaalspoor gebracht, omdat het de nadruk legt op objecten in plaats van gebeurtenissen. Gesteenten worden voorgesteld als inerte materie, en niet als de van vorm veranderende tijdreizigers die ze zijn. Geologen denken in vier dimensies, inclusief de tijd. “Elk gesteente schrijft in codetaal zijn eigen autobiografie,” schrijft ze.

In tegenstelling tot flamingo’s of mangrovebossen hebben de meeste stenen een levensverwachting van tientallen tot honderden miljoenen jaren, waarbij ze zich in wisselende contexten bevinden. In tegenstelling tot hun reputatie zijn ze niet ongevoelig en onbewogen, maar afgestemd op hun omgeving en veranderen ze hun uiterlijk dienovereenkomstig, meestal geholpen door water.

Voor de lezer die zich geologiejargon wenst eigen te maken, is Bjornerud een droom. Je leert over subductie en decompressiesmelting, viscositeit en vesiculatie, mid-oceanische ruig, ignimbriet, pyroclastische stromen, uniformitarianisme en ga zo maar door. Ze sleept je mee naar expedities in Nieuw-Zeeland, de Apennijnen, Spitsbergen en Noorwegen; ze doordrenkt het boek met gedachten over mogelijke processen, argumenten voor en tegen, en de meeste aannemelijke verklaring. In haar verhaal zijn het de stenen die spreken, als “sedimentaire logboeken”. Als geologen denken we een speciaal inzicht te hebben in het verstrijken van de tijd, maar in feite kun je de werkelijke betekenis van de tijd alleen tijdens het leven zelf ervaren.

https://www.uitgeverijtenhave.nl/boek/het-verborgen-leven-van-stenen/

Deze tekst verscheen op de site van BBL op 8 april 2026 https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/doorbomen-en-aarden-drie-boeken

 

In de ban van de jaarring: onze oudste bomen en de verhalen die ze vertellen

Valerie Trouet


Mensen en stenen zijn niet de enigen die verhalen vertellen: ook bomen hebben wat te zeggen. De verknoping van bomen met emotie komt veel voor, zoals onlangs nog in Rik Van Puymbroecks Treurwil. Rik hangt aan de wilg een pleidooi op voor het recht op treuren. In In de ban van de jaarring steekt Valerie Trouet van wal met het verlies van haar moeder en de immer terugkerende gedachte aan de tuin van de ouderlijke woning, waar een eenzame lork staat.

Trouet, vooral bekend als gewezen wetenschappelijk directeur van het Belgische Klimaatcentrum, is niet aan haar proefstuk toe. In met Wat bomen ons vertellen bracht ze eerder de dendrochronologie onder de aandacht. In de ban is dan ook mooi verzorgd, voorzien van tal van tekeningen. Trouet leidt je binnen, waarna tien collega’s een verhaal weven rond een boom. Uiteraard mag hierin de reuzensequoia niet ontbreken, evenmin als de zomereik. Het boek neemt je onder meer mee naar Nieuw-Zeeland, Tibet en Chili. Je leest over een brandlittekenarchief, kosmologie, enorme spinnen, luchtwortels, bemonsteringen en de uitdagingen die daarmee gepaard gaan, zoals afbrekende boren.

Bij elk van de tien verhalen valt op dat de auteurs verwoede puzzelaars zijn. Dendrochronologie staat en valt nu eenmaal met het vergelijken van de jaarringpatronen van verschillende monsters; ‘kruisdateren’ in het jargon. Die taak krijgt ook de lezer opgelegd. Wat is de relatie tussen pakweg de Nieuw-Zeelandse kauri en de zomereik? Leeftijd? Vorm en structuur? Groeiplaats? Wellicht niet, maar toch ontstaat een verhaal. In tien boeiende, soms gelijklopende verhalen, pakken uitmuntende wetenschappers uit met gevolgde opleidingen en doorploegde literatuur. Boeiend, maar een meer expliciete motivering voor de keuze van bomen, plaatsen en auteurs had het boek ongetwijfeld sterker gemaakt.

https://www.lannoo.be/nl/de-ban-van-de-jaarring

Deze tekst verscheen op de site van BBL op 8 april 2026 https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/doorbomen-en-aarden-drie-boeken

Het leven van een boom: een beuk vertelt haar verhaal

Peter Wohlleben




Peter Wohlleben is een fenomeen. Hij heeft al een tiental bosboeken op zijn naam staan en lanceerde het begrip ‘Wood-wide web’ om een verborgen, levende bodemgemeenschap van wortels en schimmels te omschrijven. Zijn levensverhaal leest bijna als een sprookje: van boswachter tot een wereldvermaard auteur, die het hof gemaakt wordt door diverse mondiale boekuitgevers.

Het leven van een boom vertelt in 33 korte verhaaltjes het levensverhaal van één beuk, alsof die zelf aan het woord is. In het tweede deel schakelt hij over op de wetenschappelijke staving van elk verhaaltje; soms uitgebreid, soms kort. Het is een pleidooi voor het behoud van oude bossen: het aanpassingsvermogen van het gehele ecosysteem hangt namelijk af van hun welvaren.

Bomen worden bij Wohlleben personen: kleine zaailingen volgen onderwijs, er is een ouderraad, suikerdruppels doen dienst als betaalmiddel en zijn onderhevig aan budgetbeheer. Bomen denken met wortels, organiseren zich in gilden, en ga zo maar verder. Wohlleben geeft zelf aan dat hij die grens tussen non-fictie en fantasie nauwlettend moest bewaken, wat ongetwijfeld behoorlijk moeilijk was. Een voorbeeld? Hij beschrijft hoe aangetoond werd dat bomen water kunnen ‘horen’, en maakt de brug naar de toonaard die orkesten gebruiken voor het stemmen. Hij geeft zelf toe dat het een gedachte dat bomen dezelfde toon zouden gebruiken, aangenaam vindt, maar erkent ook het risico te overdrijven met deze ‘dichterlijke vrijheid’. Voor diverse stellingen zijn de wetenschappelijke bronnen beperkt in aantal, soms keert hij doel en gevolg om ten opzichte van de bestaande wetenschappelijke vaststellingen. Streeft een boom ernaar mastjaren te beleven, of is dat gewoon wat gebeurt? Wohllebens oude beuk spreekt in ieder geval met de buurbomen, denkt na over leven en dood en gebruikt haar wortelstelsel als denkorgaan.

Is zijn verhaal wetenschappelijk juist? Er zijn voorbeelden zat van pionierende wetenschappers die, achteraf bekeken, onjuiste zaken poneerden. Omgekeerd hebben ook romantici het soms bij het rechte eind. Wohlleben is niet de pionierende wetenschapper, maar de man die de boodschap in aangename vorm uitdraagt. Bomen die stilstaan bij leven en dood: een mooie kapstok om het belang van dood hout in het bos te brengen, maar evengoed een fantasie. Of hij gelijk zal krijgen, zal de toekomst uitwijzen: vandaag mogen we alvast genieten van een inspirerend verhaal. 

https://www.awbruna.nl/boek/non-fictie/peter-wohlleben/het-leven-van-een-boom/

Deze tekst verscheen op de site van BBL op 8 april 2026 https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/doorbomen-en-aarden-drie-boeken

 

woensdag 4 maart 2026

Een school voor olifanten

 Sophy Roberts




“Het [is] moeilijk om over een land en een verleden te schrijven als je van buitenaf naar binnen kijkt,” mijmert Sophy Roberts wanneer ze haar reflectie in het raam van een trein ziet. Onnodige nederigheid, want ze doet dat schitterend.

In het begin van de 19e eeuw telde Afrika 26 miljoen olifanten. Dat kon Leopold echter worst wezen: hij bracht vier tamme beesten uit India mee als efficiënt transportmiddel, om zo snel en zo veel mogelijk waardevolle zaken uit Congo te verslepen.

Na Verdwenen piano’s van Siberië biedt ze opnieuw een boeiend en intrigerend verhaal aan. Ze beschrijft het kolonialisme aan de hand van een opmerkelijk voorbeeld, een Belgisch. Ze vertelt een vergeten verhaal. In 1879 werd, op bevel van Leopold II, een expeditie opgezet die vier Indiase olifanten naar het Tanganyikameer moest brengen. Merkwaardig, want ook al telt Afrika vandaag minder dan 500.000 olifanten, waren dat er in het begin van de 19 eeuw nog ongeveer 26 miljoen. Dat kon Leopold echter worst wezen: hij bracht vier tamme exemplaren mee als efficiënt transportmiddel, om zo snel en zo veel mogelijk waardevolle zaken uit Congo te verslepen.

De originele karavaan telde een honderdtal mensen, allen te voet. Op basis van notities en tekeningen volgt Roberts het traject, zelf voorzien van een volledig uitgeruste terreinwagen, uitstekende kaarten, een GPS, een telefoon en een adresboek. Toch verliest ze verschillende keren het spoor, omdat het landschap zijn identiteit verloren heeft. De ondoordringbare acaciabossen, metershoog en met lange doornen, zijn verdwenen; een kale, droge vlakte resteert. Ze merkt op dat de parallellen tussen beide tochten, zowel wat omgeving, context als doel betreffen, volledig ontkoppeld geraakt zijn.

Sophy Roberts is een uitmuntend verhalenverteller. Ze is geschiedkundige, en dus vertrouwd met het doorploegen van archieven, en journaliste, die onder meer voor de Financial Times schrijft. Ze kijkt graag kritisch en houdt van context: alleen al de eindnoten beslaan ruim 50 pagina‘s. Ze is erg beschrijvend, maar koestert sporadisch het understatement (Leopold “was notoir gevoelig voor minachting”) en biedt ruimte aan poëtische overpeinzingen (“de zon kwam op en kluiten helderwitte wolken hingen roerloos …”, “het geleende maanlicht”, …).

Ze gebruikt de olifantenexpeditie om de mechanismen van het kolonialisme bloot te leggen. Ze geeft voorbeelden om aan te tonen dat er niets veranderd is. Een lokale bewoner stelt: “Ontdekkingsreizigers komen kijken wat we hebben, welke grondstoffen, en net als alle anderen komen hun mensen vervolgens alles wegroven. Ze suggereert dat vandaag bijvoorbeeld Oman en China die rol spelen. Maar, niet te vergeten: de originele expeditie was deel van de ‘Wedloop om Afrika’ en mondde uit in decennia van gewelddadige Europese overheersing. Roberts benadrukt hoe meedogenloos Leopold was; hij zag zich in 1908 met tegenzin verplicht zijn privé-bezit Congo aan de Belgische staat te verkopen, omdat de buitensporige mensenrechtenschendingen hem geen andere keuze lieten. Hij wordt verantwoordelijk geacht voor de dood van ongeveer 10 miljoen Afrikanen, en dat in een periode van slechts 23 jaar (1885 – 1908). Frappant is hoe de Europeanen zichzelf toch legitimeerden: ze schreven bewust een foute versie van de geschiedenis, hielden vol dat ze een toekomst voor Afrika bouwden, dat het continent naar hun komst uitkeek. Het verhaal is mooi, pijnlijk en onthutsend. Roberts neemt je op sleeptouw en biedt je regelmatig het gevoel dat je mee op expeditie bent.

https://www.lannoo.be/nl/een-school-voor-olifanten

Deze tekst verscheen op 23 februari 2026 op de site van BBL https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/de-olifant-de-kamer

maandag 19 januari 2026

Het betonnen beleid

Quinten Jacobs





 Meer rechtspraak voor minder regels?

Het Betonnen Beleid is een hit, zowel in de wandelgangen van het parlement als in het brede medialandschap. Niet onverdiend, maar het loont ons de vraag te stellen: kan een systeem dat gebukt gaat onder gemotiveerde rechtspraak, wel losgemaakt worden door nog meer van datzelfde? Huisrecensent Johan Van den Broek gaat op zoek naar antwoorden.

Quinten Jacobs is jong, bekwaam en ambitieus. Hij werkt voor een gerenommeerd advocatenkantoor, is verbonden aan de KU Leuven, en schrijft regelmatig opiniestukken in De Tijd. Hoedje af dus, en begrijpelijk dat hij in de schijnwerpers komt. Zijn verhaal gaat als volgt: de beleidsmarge is onbestaand klein geworden. Politici zitten zogenaamd ‘aan de knoppen’, maar in welke richting je die ook draait, steeds duiken er juridische obstakels op. Het besturingssysteem draait vast.

Hij werkt dit uit volgens drie lijnen: de Belgische staatsstructuur, de Europese Unie en de evolutie van onze mensenrechten. Zijn verhaal is opvallend helder: geen enkele zin uit z'n boek kan je schrappen zonder erbij te verliezen, en er toevoegen zou amper meerwaarde opleveren. Zo legt hij haarfijn uit hoe het samenspel van een federalistische bevoegdheidsverdeling en confederale beschermingsmechanismen altijd tot stilstand leidt. Beleid kan jarenlang in ontwikkeling zijn, en toch tot een complete stilstand leiden: denk maar aan de casus stikstof, die hij als voorbeeld neemt. Op zich niets uitzonderlijks: bij schaken kan je gerust voor remise gaan, en wordt politiek niet regelmatig vergeleken met schaken?

Maar wat doe je als het speelveld te vol is? Wieden. Met goed gereedschap kan een ervaren tuinman snel en effectief ruimte creëren, maar de politiek ontplooit zich op een andere snelheid. "Politiek is geduldig boren in dikke planken", zo stelt Jacobs het bij monde van de Duitse historicus Max Weber; in België zijn die dikke planken gebetonneerd. Jacobs is een uitmuntend jurist en legt voor zijn drie lijnen uit wat hij wil bereiken: ruimte maken in het beleidsveld, of ‘ontvlechten’. Om dat verhaal te vertellen, wordt hij inmiddels in het halve land uitgenodigd, tot bij de premier. Telkens oogst hij lof. Waarom politici zo weg zijn van zijn verhaal? Omdat ze ervan uitgaan dat hij inspiratie biedt, opdat zij terug volop ‘aan de knoppen kunnen draaien’.

In theorie is de rechtspraak even waardenvrij en onpartijdig als de wetenschap: iedereen gelijk voor de wet. Maar is een wetenschapper die meewerkt aan de atoombom, volledig ontslagen van de verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan? Hebben, analoog hieraan, juristen niet ook  deelgenomen aan de verdichting van het beleidsveld die Jacobs vaststelt? Hebben zij zich niet iets te makkelijk geplooid naar de verzuchtingen van het beleid, volgens de houding "Zeg me wat je wilt, en ik zorg voor de sluitende juridische onderbouwing"? Wie, anders dan de juristen zelf, kon voor elke regel een uitzondering bedenken en uitspelen? Is het niet deze aanwas van à la carte-rechtspraak die tot een structurele betonnering geleid heeft?

Het is uiteraard een stap te ver om de juristen als enige verantwoordelijk te stellen voor deze impasse, maar net daarom is het even kortzichtig de volledige oplossing bij hen te zoeken. Als je niet waardevrij kan verdichten, kan je ook niet waardevrij ontvlechten. Elke keer beleidsmakers Jacobs uitnodigen, aan hun zijde of in de krant, nemen ze reeds in overweging welke regels in het verdichte speelveld weggesnoeid mogen, uiteraard afgemeten aan de belangen van de achterban. Welke plaats het maatschappelijke belang in de denkwereld van politici krijgt, is onduidelijk. Na een rondje ontvlechting, mogen we ons opnieuw verwachten aan een systeem dat aan niet alle belangengroepen maximaal comfort biedt: het verhaal kan opnieuw beginnen.

Waar Jacobs minder aandacht aan besteedt, is de vraag waaróm het beleidsveld volledig verdicht is. Zijn beroepsgroep heeft hier ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld, weliswaar op vraag van de politiek. De afgelopen 50 jaar is onze maatschappij immers meer en meer gejuridiseerd; ga maar na hoe het Vlaamse parlement uitpuilt van de juristen. Dan krijg je een overdaad aan regels, in een speelveld van onzorgvuldig afgelijnde taken en bevoegdheden. Waarom? Omdat de politici graag de kiezer behagen, desnoods met kortzichtige steekvlammetjes. Het getuigt allemaal van een gebrek aan burgerzin. Laat de juristen een versnelde cursus ‘tuinman’ volgen, kweek burgerzin, en werk aan een wereld waarin iedereen als burger kiest, en niet als individu. Datzelfde eenvoudige antwoord kon je vorige maand nog lezen in De Tijd: als bedrijven ethisch handelen, worden extra regels gewoon overbodig.

https://ertsberg.be/boek/het-betonnen-beleid/

Verschenen op de site van BBL op 16 jan 2026

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/meer-rechtspraak-voor-minder-regels

donderdag 11 december 2025

103 boeken die je gelezen moet hebben

 Wim Oosterlinck




Als je elke week één boek wil lezen, begin dan met 103 boeken: zo gun je jezelf een vooruitzicht op twee jaar leesplezier. Het is, gelukkig, geen lijst van ‘de beste boeken ooit’, maar wel van boeken met een verhaal. De samensteller, radiomaker Wim Oosterlinck, is een échte liefhebber: hij nam jarenlang interviews af, waarin hij zijn bekende of minder bekende gasten telkens naar drie boeken vroeg die bij hen een indruk achtergelaten hadden. Oosterlinck bundelde de levenswijsheid van velen, waartussen de boeken als hulp- en bindmiddel liggen.

Dit is geen bloemlezing van de ‘100 best verkochte boeken’ uit onze eigen regio: naast Hertmans, vind je even goed Frankenstein of Kundera’s Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan terug. De keuzes laten je even in de ziel van de geïnterviewden kijken, terwijl de strakke opbouw en de talrijke kruisverbanden je van een hele brok info voorzien. Telkens lees je een stuk over de inhoud, de babbel en het motief, andere werken van de auteur en suggesties om verder te lezen of te kijken.

https://www.lannoo.be/nl/103-boeken-die-je-gelezen-moet-hebben

De tekst verscheen op de site van BBL op 5 december 2025

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/zes-boekige-cadeautips

 

Winterdieren

Bibi Dumon Tak


 

Was de noeste arbeid van het zandmannetje onvoldoende opgeruimd en heeft onze recensent zich ernstig verkeken? 2025? Nee hoor, het boek is bijna een klassieker, verscheen al in 2011, bekroond in 2012, en inmiddels in diverse vormen beschikbaar. Maar nu nu komt Winterdieren in hardcover op de markt, met de mooie tekeningen van Martijn van der Linden. Geen geschikter voorleesboek met de winter voor de deur, dan een over winterdieren, uiteraard.

Waarom Bibi Dumon Tak? Ze schrijft zo mooi, laat haar ongebreidelde fantasie de loop, en geeft tussendoor graag levenslessen mee. Wat wil je nog meer? Een wolvenroedel zingt twaalfstemmig, de keizerspinguïn blijkt de dapperste onder de dieren, een groep narwallen klinkt als een kasteel dat in een sneeuwstorm met de deuren en luiken kleppert, de reuzenalbatros kan het dolen niet laten, het rendier is vernuftiger gebouwd dan een Ikeameubel, de noordse stern is kampioen in moeite doen, … Kortom, een waar voorleesfeest.

https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/winterdieren/

De tekst verscheen op de site van BBL op 5 december 2025

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/zes-boekige-cadeautips