maandag 27 juni 2022

Weekenden in het groen, bos, heide, polders & heuvels

Weekenden in het groen, bos, heide, polders & heuvels



Lisette Schmidt & Toni De Coninck

 

Een reisgids moet minimaal aan drie eisen voldoen: je prikkelen om de regio te bezoeken, concrete informatie aanreiken, liefst met behulp van een stapel handvatten of wegwijzers en tot slot tips en advies geven. Vooral dat laatste is niet onbelangrijk want het delen van ervaringen en onderbouwde voorkeuren maakt kiezen makkelijker. Juist daarom hengelen mensen graag naar adressen van plaatsen waar je uitstekend kan eten of slapen. Velen vermoeden immers dat de ervaring van derden bijdraagt om te voorkomen om in een, meestal onzichtbare, valkuil te trappen.  Zoals het een gids past, volgt het boek het ritme van de vorm. De adressen liggen in Nederland en België en worden in vier groepen ingedeeld op basis van het uitzicht: heide & bos, polder, heuvels & bos, en langs de kust. Voor elke groep zijn er 2 tot 4 plaatsen met telkens ongeveer vier adressen. Er is één overzichtskaart. Zo’n plaats is behoorlijk ruim. Onder het kopje ‘Antwerpen & de Kempen’ bv. kan je terecht in Kalmthout, Merksplas, Retie en Mol. ‘Antwerpen & de Kempen’ is dan een wel erg rekbaar begrip want een verplaatsing van Kalmthout naar Mol duurt volgens mappy makkelijk een uur met de auto (zonder files en wegenwerken) tot drie uur en half met de fiets. Het is een verzorgde uitgave met veel foto’s. Je krijgt onmiddellijk goesting om te vertrekken. De teksten over de regio’s zijn zeer beknopt en bevatten geen praktische info noch verwijzingen. De nadruk ligt op het aanwezig zijn op een bepaalde plaats. De beschrijvingen van alle locaties (“55 unieke logeeradresjes”) zijn erg lovend. Je leest dus niets over lauwe ochtendkoffie, doorgezakte zetels, harde bedden, luidruchtige liften of  schabouwelijke verlichting die het lezen van een boek bemoeilijkt. Het zou aangenamer geweest zijn als de auteurs de grens tussen promo en info nauwlettender bewaakt hadden. ‘Alle 55 altijd goed’ klinkt niet erg geloofwaardig.

https://www.bruna.nl/boeken/weekenden-in-het-groen-9789083169118

zaterdag 25 juni 2022

Dichtbij vakanties en weekendjes weg in de wijngaard

Dichtbij vakanties en weekendjes weg in de wijngaard




Gido Van Imschoot

 

Met dit boek speelt Gido Van Imschoot in op een trend: genieten in de eigen buurt. Wijn is zijn passie, de pen zijn instrument. Hij verzamelde diverse ‘wijntitels’ (Master Sommelier, Belgisch Wijnambassadeur en erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Sommeliers) en schreef een tiental boeken, vooral over wijn en regio’s waar het goed toeven is, zeker voor wijnliefhebbers (Champagne, Bourgogne en Piëmonte).

In het boek vind je een twintigtal wijnbedrijven in de nabijheid, ongeveer de helft in België, de andere helft in Nederland, het noorden van Frankrijk, het westen van Duitsland, Luxemburg en Nederland. Als je de promo’s van de autobedrijven gelooft, zijn ze allemaal bereikbaar met een elektrische auto met volle batterij (ongeveer 340 km). 

Van Imschoot bezocht elk wijndomein en vooral, hij luisterde naar de wijnbouwers. Je vindt uitgebreide teksten over het domein, het ontstaan, de werkwijze, de druivensoorten, het maken van de wijn en vooral de mensen achter het verhaal. Hij biedt de lezer een inkijk in de levenswijsheid van de wijnbouwer. Wat denk je bijvoorbeeld van vier broers en een zus die samen een domein runnen? Uiteraard staat er niet enkel behoorlijk wat tekst in het boek, ook vind je mooie foto’s (Jan Crab) en praktische tips om te logeren, te tafelen of te verblijven, met verwijzingen naar websites. Een reisgids die voldoet aan de drie eigenschappen van een goede reisgids: goesting opwekken, praktische handvatten aanreiken en tips en ervaringen delen.

https://www.bornmeer.nl/winkel/dichtbij-vakanties-en-weekendjes-weg-in-de-wijngaard/

 

Deze tekst verscheen op de website van BBL op 23 juni 2022.

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/op-avontuur-eigen-buurt

Lekker buiten

Lekker buiten




Koen Kohlbacher en Floortje Vantomme


Snuit is een Natuurpunttelg en kreeg een welluidende beschrijving: het ‘buitenpretloket’. Natuurpunt zet ook in op speelnatuur omdat de bomenklimmers en diertjesscheppers van vandaag de natuurbeschermers van morgen zijn. Vooral boomklimmen kan dan soms een leuk extraatje zijn. De gids 'Lekker Buiten' stelt 20 speelnatuurplekken voor. Allemaal liggen ze in Vlaanderen, mooi gespreid. De vorm van het boek is afgestemd op kinderen. Tegelijk biedt het boek voldoende houvast voor meeglurende (groot)ouders. Naast foto’s staan er veel tekeningen in en uiteraard vele tekstbrokjes. De praktische info ontbreekt niet. Voor diepgravende volwassenen zijn er voldoende links opgenomen.

Ook de taal is speels. Druppelsgewijs wordt informatie gegeven over dialecten, historie, gedrag van dieren, het herkennen van dieren op terrein, ecologische principes. Maar je komt ook te weten welk blaadje je moet kiezen om je poep af te vegen. En dan zwijgen we nog over bosgeuzen, een autostrade voor dieren, hoe je vogels kan afvinken, hoe je een mikado van takken mikado maakt of een steen doet stuiteren.

Op snuit.be vind je gelijkaardige info als in het boek. Maar, het boek kan je beter in de modder laten vallen dan je tablet.

https://www.natuurpunt.be/snuit-home

 

Deze tekst verscheen op de website van BBL op 23 juni 2022.

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/op-avontuur-eigen-buurt

donderdag 16 juni 2022

Dorpse architectuur

 Dorpse architectuur



AR-TUR

 

Nieuw in deze rubriek: een recensie van iets wat heel erg lijkt op een boek, maar er geen is. Of toch wel? Het is een “toolbox”, een gereedschapskoffer. Als een vakman een taak uitvoert, heeft hij/zij steevast een grote gereedschapskoffer bij, liefst eentje op wielen. Wat maakt het meeste indruk: een uitpuilende of een sobere gereedschapskist, netjes geordend of veeleer een zootje ongeregeld, met herkenbare of mysterieuze instrumenten? Of toch maar de handige buurman bellen die alles oplost? En wat met onze architectuur en de ruimtelijke planning? Begrijpen we elkaar? Gebruiken vaklui een éénduidige taal? Streven we gelijkaardige doelen na?

Iedereen ziet in elk Vlaams dorp huizen verdwijnen en appartementen verschijnen. Ruim veertig jaar heeft de woningbouw in lange slingers langs de uitvalswegen tot quasi ononderbroken woonlinten gezorgd waarlangs dorpen bijna naadloos in elkaar overgingen. De laatste jaren ondergaan de dorpskernen een merkwaardige metamorfose, de “appartementisering”.  Gevolg is dat er discussies ontstaan over mooi en lelijk, over verschillende functies, modern en oud, over wensen en verlangens, over geslaagde en niet-geslaagde combinaties, over geld, over ongelijkheid … Meestal worden ruimtelijke begrippen door elkaar gebruikt, vervlechten discussies zich in misverstanden, verharden standpunten en verzanden gesprekken. De ruimtelijke kwaliteit komt echter weinig aan bod.

AR-TUR is een platform voor architectuur en ruimte. Het wil volop inzetten op actuele en relevante thema’s. AR-TUR heeft een viertal medewerkers en publiceerde al enkele boeken. AR-TUR vindt dat elk dorp maatwerk verdient. Sinds kort ligt er een boek, beter een toolbox, een toepasselijke vertaling van begrippen uit de architectuur en de ruimtelijke planning. Taal wordt beeld. De kern van het boek is samengebracht op drie pagina’s. Onder de titel “dorpse figuren voor meervoudig wonen” staan 15 verschillende, genummerde schetsen. Elke schets heeft een naam zoals tweelingwonen, rijmaskerade, breedgevelflat, hofwonen, parkwonen en dwarsligger. Onder de titel “tactieken voor dorpse architectuur” staan 25 verschillende genummerde schetsen. Ook hier heeft elke schets een naam: zichtassen vrijlaten, doorprikken met trage wegen, verzachten van eigendomsgrenzen, fietsinclusief ontwerpen, maat houden, daken doen dansen en detailleren op ooghoogte.

Uitermate knap hoe enkele pagina’s schetsen in beeld brengen hoe appartementen wel degelijk in een dorpskern kunnen worden ingepast. Eenvoudige beelden laten een andere praktijk zien. De toolbox bevat een inleiding, de beschrijving van het probleem (de woekerende “appartementisering” van de dorpskernen) en de aanpak van het boek. Aandacht dus voor visie, proces, dialoog en ga zo maar door. Een krachtige inleiding op de gereedschapskist, mét een eenduidige beschrijving van de instrumenten. Het is dus een boek met een toolbox.

Deel 2, ruim 200 pagina’s, behandelt concrete situaties.  Hoewel AR-TUR Kempische roots heeft, vind je voorbeelden (een zestigtal) uit heel Vlaanderen en een tiental projectverhalen. Honderden foto’s, toelichting en vooral een minutieus en consequent gebruik van de begrippen. Op die manier wordt telkens het verschil geduid in kwaliteit. De toolbox is eenvoudig te gebruiken, handig bij de analyse, en vooral handig om potentiële verbeteringen te ontwikkelen. Het consequent gebruik van de toolbox voorkomt dat er naast elkaar wordt gepraat. De schets van een nieuwe woning kan weliswaar op een maagdelijk wit blad, bij de ruimtelijke planning is context cruciaal. Hoe ga je om met een lang perceel? Een blinde gevel? Een ongelukkige oriëntatie? Een dominante buur? Hoe stal je je fiets veilig? Verplichte literatuur voor iedereen die wil bijdragen aan de ruimtelijke planning, vooral aan de eigen nabije omgeving. De toolbox prijkt ook op de site van de Vlaamse bouwmeester. De maatschappelijke discussies over de bouwshift bieden meer dan voldoende aanknopingspunten.

Om de bouwshift te realiseren moeten de woonreservegebieden worden geschrapt. De schrapping is vanuit maatschappelijk oogpunt een noodzaak, maar het is ook delicaat.  77% van de eigenaars van percelen in woonreservegebieden heeft maar één perceel (bron: zie De Tijd 26 februari 2022, Vlaams Planbureau voor Omgeving). Eén perceel betekent ook één kleine spaarpot. Om de bouwshift mogelijk te maken, is er één zekerheid: er volgen nog vele moeilijke gesprekken. Inzicht kan helpen. Trouwens, puike toolbox.

https://ar-tur.be/dossiers/boek-toolbox-dorpse-architectuur

De tekst werd gepubliceerd door BBL op 2 juni 2022

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/dorpse-architectuur-ar-tur

zondag 10 april 2022

Celadon

 

Celadon, geïllustreerde gedichten




27 maart 2022, 15.00 – 17.30

Ooit mogen deelnamen aan een literair salon? Wat een voorrecht. Een zondagnamiddag in het Vlaamse voorjaar. De wielerklassiekers beheersen mijn gedachten. Vandaag “Gent-Wevelgem”. De ingrediënten zijn steeds dezelfde: afstand, kasseien, veel volk, een internationaal wielerpeloton en  één dominant begrip: snelheid.

Donderdag 24 maart opende het Leienpaleis in Antwerpen, een monument aan de Antwerpse Leien, een cultuurkruispunt. Versmelten van oud en nieuw, versmelten van taal en beeld, versmelten van passies. In het literaire salon van 27 maart staat één begrip centraal: traagheid. Een moeilijke oefening als je gedachten nu en dan afglijden naar de wielerklassieker van de dag.

Celadon is de titel van een boek. Celadon verwijst naar een reeks lichtgrijs-groene kleuren die lijken op de tinten van het keramiekglazuur celadon, gebruikt bij Aziatisch steengoed sinds de derde eeuw voor onze jaartelling. Stokoud dus. Emo in steen gebeiteld. Het boek is een bundel, een dichtbundel met aquarellen maar ook een aquarellenbundel met gedichten. De makers, Anne-Marie Segers en Bart Segers, zus & broer, kozen voor een titel die schoonheid en rust uitstraalt. Zowel het bundel als de makers illustreren waar alles om draait in het Leienpaleis, een kruispunt, een kruispunt van taal en beeld, maar ook een kruispunt van en voor mensen, in dit geval broer en zus. Zoals Jonathan Franzen het zo mooi beschreef in zijn boek Kruispunt: familie is het belangrijkste.

In De Standaard der Letteren van 9 april 2022 staat een stuk van Lize Spit met als titel “Zeg mij, recensent: wie ben jij? Ze stelt scherp op de macht en onmacht van literaire bijdragen.” Toegepast op Celadon is dit eenvoudig, ik voel me onmachtig om een onderbouwde bespreking te schrijven. In de bundel is ook een voorwoord opgenomen van zowel Bart Stouten als Abraham Neufeld. Stouten staat stil bij de teksten van Anne-Marie, Neufeld bij het beeldende werk van Bart. Even wat tekstflarden van beiden citeren: “ … fraai keramiek van groen glazuur, alerte poëtische pioniersgeest, instant-wonderen die reëel worden, exclusief-vertederende wijze, hoogst inspirerende eenheid van geest en hart, perspectieven van taal met grote nestwarmte, spontane taalspel, grappige ironie, ongedwongen rijm, enigszins losbandig gedrag van haar verzen die uitlopen op een knappe verrassing, … nabeleving van bijna elk beeld, spontane openingen van dieptezicht, rituele ordening, verruimde soberheid, verdiepende reis, alles doordringende vervoering die de kern vormt van onze zingeving, pictogrammen en symbolen van een nieuw territorium, oordeelloos bewonderen, …”. Ik voel me wel machtig om Celadon te koesteren.

Het bundel werd gedrukt bij uitgeverij Stockmans https://www.stockmansartbooks.be/nl/

en in eigen beheer uitgegeven. Het is te verkrijgen bij de makers bart@bartsegers.com.  



De Veluwe

De Veluwe, landschapbiografie van Nederlands grootste natuurgebied




Hans Bleumink & Jan Neefjes

Wie “De Veluwe” zegt, denkt aan witte fietsen, een gigantisch groot heidegebied, parapluvormige vliegdennen en het Kröller-Müllermuseum. Eind vorig jaar lanceerde uitgeverij Blauwdruk een opvallend boek met een eenvoudige titel: “De Veluwe”. De Veluwe is veel meer dan een boek. De Veluwe is hét aanlokkelijkste en grootste natuurgebied van Nederland, omvat twee Nationale Parken en inspireert velen, ook in Vlaanderen. Uiteraard draagt het boek bij aan de promotie van het gebied. Als je het boek wat langer bekijkt, merk je hoe degelijk wetenschappelijk de inhoud is. Een klassieker in een modieus pak.

Wat wordt bedoeld met “De Veluwe”? Het boek heeft het steevast over het geheel van het centrale Veluwemassief, ongeveer 100 000 ha, omringd door de lager gelegen gebieden Oude Zuiderzeekust, IJsselvallei, Veluwezoom en Gelderse Vallei. De vier samen zijn goed voor nog eens 120 000 ha. Het zijn de rafelranden van het massief en juist die randen zijn erg beeldbepalend. Het centrale gebied is amper bewoond, de randen zijn dichtbevolkt. Het boek strooit rijkelijk met antwoorden op de ‘waarom-vraag’. Waarom ziet het gebied er vandaag zo uit en waarom is het een Nationaal Park met zo’n hoge kwaliteit? Cruciaal is dat het gebied door mensen werd verlaten omdat er geen (landbouw)opbrengst meer was. Gevolg was dat de bebouwing verdween, wat pijnlijk illustreert hoe de situatie in Vlaanderen is. Vanuit het bestaande landschap wordt het ontstaan ervan uitgelegd, hoe de natuur een rol speelde, hoe de mens een rol een speelde en hoe mensen zich organiseerden.

Het boek is een aaneenschakeling van vele kleine verhalen voor tientallen verschillende deelgebieden, elk met hun eigen verhaal. Telkens wordt de relatie gelegd met het geheel. Je leest dus over geologie in combinatie met landgebruik én over het achterliggende sociale systeem. Veel aandacht gaat naar de mechanismen achter het ontstaan van het landschap, een samenspel van mens en natuur. Samengevat: gletsjers gaven het gebied vorm, het centrale hoger gelegen deel werd intens bewoond en uitgeput, daarna grotendeels verlaten, werd jachtdomein voor welgestelden en later een beschermd landschap. Je ontmoet in het boek begrippen zoals wallen, dijken, stuwwal, interglaciaal, afzettingen, stuifzandgordel, hakhoutbos, veekerende houtwal, fortduin, grindige smeltwaterafzettingen, begrazingsdruk enzovoort.

Even inzomen op een voorbeeld van de gedachtegang in het boek. In deel II “ de middeleeuwse
cultuurlandschappen”, hoofdstuk 5 “overleven op de schrale zandgronden van het massief” staat een
tekstdeel met als titel “Middeleeuwse malebossen: gezamenlijk bosbeheer”. Alle malebossen liggen
op de rijkere zandgronden van de stuwwallen, daar waar de prehistorische en vroegmiddeleeuwse
boeren woonden en werkten. Het zijn dus geen oerbossen, maar zeer oude bossen op voormalig
cultuurland, ontstaan in de vroege middeleeuwen toen een begin werd gemaakt met de ontginning
van de lage randen van de Veluwe en de stuwwallen minder interessant werden voor bewoning. De
malebossen waren gebruiksbossen voor bouw- en ander gebruikshout en voor het weiden van vee.
Ze stonden onder het beheer van maalschappen of marken waarin boeren uit nabijgelegen
buurtschappen vertegenwoordigd waren. Ze vinden hun oorsprong in het agrarische gewoonterecht
inzake het gebruik van leefgebieden. Later verkochten boeren hun waardelen aan vermogende
buitenstaanders zoals kloosters, adel of stedelijke kooplieden. Voor hen was de houtproductie
belangrijker dan voor de boeren, én ze probeerden bodemuitputting te voorkomen. In de
negentiende eeuw werden de maalschappen gedwongen te verkopen. De bossen werden toen

eigendom van de Nederlandse (rijks)overheid en van voornoemde welgestelden, zoals Koningin
Wilhelmina. De bossen van die laatste maken nu deel uit van het kroondomein Het Loo.

Het boek is zowel inhoudelijk als technisch van een hoge kwaliteit, met een verzorgde vormgeving en vorm (24 cm X 27,6 cm). Het is dik (287 pagina’s), bevat heel veel kaarten en een behoorlijk aantal grote foto’s (doorlopend over 2 pagina’s). De hoogtebeelden en de reconstructies van vroegere landschapsbeelden maken het aantrekkelijker en beter leesbaar.

Vlaanderen kent momenteel één Nationaal Park, het Nationale Park Hoge Kempen, gestart met ongeveer 5 000 ha. Een schril contrast met De Veluwe. Sinds de oprichting ervan in 2002 is uitbreiden een doel, maar zo groot worden als De Veluwe is onmogelijk. De Veluwe is het grootste aaneengesloten natuurgebied van Europa met een oppervlakte van 91 200 ha, inclusief twee Nationale Parken, namelijk Nationaal Park De Hoge Veluwe en Nationaal Park Veluwezoom. Cruciaal is het ZEN-begrip zoals dat jaren geleden ook werd gebruikt bij de Vlaamse monumenten: zachtjes verwijzend naar het Boeddhisme, maar vooral alluderend op “zonder economisch nut”. Bijna alle grote natuurgebieden in Europa konden “ontstaan” omdat ze geen economische waarde (meer) hadden. Vele ervan waren dan ook verlaten landbouwgronden. “Natuurbehoud is een maatschappelijk doel”, een zin die wijlen Professor Rudi Verheyen (UA, ecologie en natuurbehoud) voortdurend hanteerde. Een eenvoudige zin, en toch hebben velen het nog steeds niet begrepen. Nationale Parken en Landschapsparken zijn één van de vele instrumenten om dat doel te verwezenlijken. In Vlaanderen is inmiddels de eerste ronde beëindigd in de speurtocht naar nieuwe Nationale Parken en Landschapsparken. Een speurtocht? Het ontbreekt vooral aan grote aaneengesloten gebieden. Vele gebieden werden door het beleid geschrapt omdat er té veel lintbebouwing is. Maar hoe is het zo ver kunnen komen? Wisten we het niet, of begrepen we professor Verheyen niet goed?

Een kortere versie van de tekst werd gepubliceerd door BBL op 08 apr 2022

https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/de-veluwe-hans-bleumink-jan-neefjes

https://www.uitgeverijblauwdruk.nl/veluwe/

 

dinsdag 29 maart 2022

Tussen twee werelden

Tussen twee werelden

Franco Faggiani

 

 


Deze tekst verscheen op de site van BBL op 28 maart 2022.

 

 

 “Roman” staat mooi op de cover. Het verhaal is zo meeslepend, intens en oprecht verteld dat je het gevoel krijgt dat het 100% waar is. Het dankwoord is dan ook ontluisterend, het is deels fantasie.

Een man (journalist) van middelbare leeftijd verliest zijn vrouw (architecte), zijn dochter glijdt uit beeld en een ontluikende puber wordt hem vanuit een instelling toebedeeld. Vooraf wordt hij getypeerd als: “hij praat heel weinig, gaat altijd zijn eigen gang, houdt niet van overdreven maniertjes, past zich snel aan, klaagt nooit, hij blijft daar waar je hem neerzet, hij heeft de verloren uitstraling van een dromer”. Later blijkt dat de jonge kerel het syndroom van Asperger heeft, “autisme waarbij goed gefunctioneerd wordt”.

De journalist laat Milaan achter zich en laat een berghut bouwen op de plaats die hij en zijn vrouw adoreerden op basis van haar schetsen om er samen met zijn pleegkind te wonen. De introverte puber integreert razendsnel in de besloten dorpsgemeenschap, geniet van de zwijgzame omgeving, dwaalt uren door bossen, verzorgt dieren op een nabijgelegen boerderij, amuseert zich met het maken van houtsnijwerk, trekt met de oude boeren naar lokale markten, en loopt tussendoor school. De besloten gemeenschap, de bergen, de bossen, de natuur, de rust en de stilte, laten toe dat hij zich geleidelijk ontplooit. Vader en stiefzoon vinden zichzelf en elkaar.

Het boek is een pleidooi voor eenvoud en oprechtheid. Je leest tal van uitstekende beschrijvingen van de omgeving (westelijk deel van de Piëmontese Alpen). Over hun wandelingen lees je vooral tijdens de zalige gesprekken tussen vader en stiefzoon. Het syndroom van Asperger is hierin bepalend. Beiden zijn emotioneel erg behoedzaam. De gesprekken zijn doorregen met tal van levenslessen zoals bv. anderen accepteren zoals ze zijn, eenzaamheid vergt moed, de tijd is geen dokter, maar een gum die dingen uitveegt, leef zoals je wil leven, kies in het leven een plek en een manier van leven die je ligt.


https://www.awbruna.nl/boek/romans/franco-faggiani/tussen-twee-werelden/