's Zomers mag de boog al minder gespannen staan, en dat
geldt even goed voor deze rubriek. Onze huisrecensent Johan meandert van stoel
naar vlinder, vervolgens van vlinders naar vogels, van vogelperspectief naar
wereldgeschiedenis, en landt uiteindelijk in het natte Vlaanderen van de
vroeger twintigste eeuw. Stroom je mee?
Bob Vanden Broeck, Je zit op een stoel
We doen het allemaal, elke dag, bijna steeds van het ene
specimen naar een ander: op een stoel zitten. Bob Vanden Broeck schreef er een
boek over. Hij vertelt over wat er door het hoofd van de stoelzitter raast. Dat
is een heuse wervelwind, een duizelingwekkende hoofdtempeest. Of het een
‘blijvenzitter’ is, of eerder een ‘zittenblijver’? Wel, als je een ‘er was
eens’-verhaaltje verkiest, zit je hier in elk geval fout. Geniet je van taal en
durf je vragen stellen, aarzel dan niet, het is een zuiver goudklompje.
‘Je wil niet zitten, je wil bewegen maar je moet tegelijk
ook op de stoel blijven zitten en hoe kan je zowel blijven bewegen als zitten,
zowel bewegen als blijven zitten, zowel blijven als bewegen en zitten?’ Het is
een chaotische opstapeling van beelden die doorheen je hoofd flitsen, over een
vlieg, stemverheffing, het vastnemen van een mok en nog duizenden andere
gedachten. Als een ongetemde cycloon laat hij je alle hoeken van de kamer zien.
Kortom, als je je in dit boek verdiept, heb je plezier zonder dat je je één
millimeter moet verplaatsen. Is dat geen échte vakantie?
https://www.koppernik.nl/p/je-zit-op-een-stoel/
Jan Rodts, De slimste vlindergids
Zat Jan Rodts vooraan in de klas, vinger opgeheven nog voor
de leraar iets vroeg? Of zat hij achteraan, lachend en lol trappend,
overschouwend hoe de anderen zich uitsloofden en bergen energie verslonden om
eenvoudige klusjes te klaren? Wellicht het laatste. Na zijn ‘slimste
vogelgids’, aangevuld met een junioruitgave, bracht Vlaanderens meest
strijdvaardige vogelaar vorig jaar de slimste vlindergids uit.
En waarom ook niet? Ze zijn zo bekoorlijk, ze prikkelen onze
fantasie eindeloos. Ze verdienen ook wat serieuze aandacht, gegeven hoe zwaar
ze het te verduren krijgen. Maar uitgerekend in volle zomer, liefst op
vakantie, maken ze ons zo onbaatzuchtig opgewekt. Rodts vertrekt vanuit
hetzelfde uitgangspunt als in zijn andere slimme gids, namelijk wat het
ongetrainde oog ziet in een oogopslag: de kleur, en in mindere mate de vorm. De
traditionele indeling die biologen hanteren (op basis van inhoud en niet op basis
van het beeld) en het gehanteerde classificatiesysteem gaan in de prullenmand.
Rodts ziet witte, gele, oranje, oranjerode, groene, blauwe, bruine en zwarte
tinten. De witte vlinder met een oranje tipje aan de vleugels, is dat een witte
of een oranje vlinder? Voor welke groep zou Rodts kiezen?
https://houtekiet.be/products/de-slimste-vlindergids
Achilles Cools, Door de ogen van een vogel, Hoe is het om
een vogel te zijn?
‘Het is al een kunst om te leren zien wat er te zien is’:
een zin, en Achilles Cools heeft meteen veel verteld over zijn boek en
zichzelf. Cools adoreert vogels, met namde de kauwen. ‘Kauwen zijn voor mij een
muze, een combinatie van beheersing en bewondering voor een idool’. Het boek
bevat een vijftigtal korte verhalen over vogels, incidenteel kabbelend, meestal
spitsvondig. Je leest over de visarend die de meest uitmuntende visser onder de
roofvogels is, over vrouwelijke roodmussen die bij mannetjes vooral symmetrie
appreciëren, over zijn zakgeld dat hij gebruikte om roofvogels vrij te kopen
bij vogelvangers, …
Deze verhalen weerspiegelen ervaringen uit zijn hele leven,
en dat op vele plaatsen: van het Taman Negara-regenwoud in Maleisië, naar
Birecek in Turks Koerdistan, het Spaanse Extremadura, Keoladeo National Park in
India. ‘We kunnen veel leren als we naar buiten gaan en onze aandacht richten
op wat daar leeft, en daar daadwerkelijk naar kijken,’ stelt hij. ‘Dichter bij
het geluk kun je nooit komen.’ En kijken doet hij, niet alleen naar de
mensheid, maar ook naar de fysieke omgeving: elk hoofdstuk bevat een schets van
zijn hand, in zwart-wit. Hij is namelijk niet enkel auteur, maar ook
kunstenaar, en daarbij een wier verhalen stevig wetenschappelijk en filosofisch
onderbouwd zijn.
https://www.lannoo.com/nl-be/kennis-wetenschap-natuur/door-de-ogen-van-een-vogel-9789059962972
Maarten van Ginderachter, Arm Vlaanderen, een
wereldgeschiedenis, honger, ziekte en globalisering in het midden van de 19de
eeuw
‘De landbouw kannibaliseerde zichzelf in de Vlaanders’: een
opmerkelijke zin in een opmerkelijk boek van Maarten van Ginderachter. Het weze
helder, hij beschrijft het midden van de 19e eeuw. Hij graaft diep in ons
maatschappelijk agrarisch systeem, legt nauwgezet uit wat Vlaanderen hierin
kenmerkt (meer dan louter ‘labeur’) en waarom we zo honkvast zijn. Vooral zijn
blik op de context is knap: het globale verhaal, de ‘maatschappelijke
vervlechting’.
‘Zelfs in de armetierigste hofstee was de grote buitenwereld
aanwezig: in de linnen handdoek over de wastobbe, de kaars op tafel, de
lucifers op de schouw, het vaatje groene zeep onder het aanrecht, de blauwe
kiel aan de kapstok en de soep in het bord. Elk van die dagelijksheden bevatte
ingrediënten uit verre oorden.’
Die onderlinge afhankelijkheid komt knap naar voren bij zijn
bespreking van guano, vogelmest uit Chili. De Britten teelden in India
papavers, verkochten aan China om hun handelsbalans te verbeteren, de opium
maakte vele arbeiders (‘koelies’) afhankelijk, die vervolgens als slaven
verkocht en ingezet werden bij de ontginning van de guano in Chili, die zelf
ten slotte op de West-Europese akkers terecht kwam.
In het nawoord vertelt van Ginderachter hoe hij met bronnen
omging, hoe hij verwijst en citeert, waar hij knipt en plakt – en toch een
publieksboek schreef, dat uitgebreid en stevig gestaafd, maar toch vlot leest.
De liefde voor de taal ligt er daarbij dik op: de auteur geniet er van om in
onbruik geraakte woorden en zegswijzen op te diepen. Wanneer las je laatst over
een apert (onmiskenbaar) krukkige (chagrijnige) kutser (rondreizende koopman)?
Een academicus die een toegankelijk verhaal brengt, knap.
https://www.horizon.be/boek/3392/maarten-van-ginderachter-arm-vlaanderen-een-wereldgeschiedenis.html
Marie Gevers, De Dijkgravin
De Belgische Marie Gevers (1883-1975) publiceerde La
Comtesse des digues voor het eerst in 1931. Sindsdien werd het verschillende
keren heruitgegeven en vertaald. Het verhaal speelt zich af in en rond het
Antwerpse Weert, wat we vandaag het Nationale Park Scheldevallei noemen, met de
daarbij horende grienden, mandenvlechters, wielen, schorren, dijken, notelaars,
alom, en uiteraard de suprematie van de getijdenrivier. De Schelde heerst, de
bewoners schikken zich.
De dijkgraaf sterft en al snel borrelt de vraag op wie hem
opvolgt. Niemand kent en leest de Schelde beter dan zijn dochter, maar een
jonge ongetrouwde vrouw aan het hoofd van een organisatie die de belangen van
talloze individuele – en vaak mannelijke – eigenaars behartigt, ligt niet echt
voor de hand. De dochter voelt zich alleen op de wereld, is onzeker en zet
schuchter en behoedzaam stappen, zowel privé als professioneel.
Zoals te verwachten kijkt een trits betweters over haar
schouders. Mooi is niet enkel hoe ze haar weg zoekt, maar vooral hoe ze de
individuele belangen koppelt aan het maatschappelijke belang. Nu eens wordt ze
bekoord door een karekiet, dan weer door de wind die zacht over haar armen
streelt. De verwevenheid van beide zoektochten en de boeiende beschrijvingen
van de natuur maken het verschil. In het nawoord, ‘De verloofde van de
Schelde’, geeft schrijver Annelies Verbeke verdere duiding.
https://uitgeverijweerwoord.be/de-dijkgravin/
Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op
29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken