Twee stevige boeken met telkens het woord ‘roman’ op de cover: twijfel niet, deze maand is het fictie. Twee vrouwen, eentje ‘Iers-Brits’ omschreven, de andere gewoon ‘Brits’; tweemaal een bejubeld boek; tweemaal vooraan voorzien van een kaart in het boek. Voor beiden is tijd samendrukbaar. Verdwaalt de lezer, of is het meer een kwestie van ver dwalen?
Maggie O’Farrell, Land
“Zoals ik al zei, mythe is feit en feit is mythe, en die
zijn allebei geworteld in het land zelf”. Aan het woord is een van de
hoofdrolspelers uit Maggie O’Farrell’s Land, een lang uitgesponnen en
diepgravend familieverhaal. Telkens legt ze danig suggestieve verbanden, dwars
door de tijd heen, dat de lezer de indruk krijgt dat taferelen bijna
gelijktijdig plaatsvinden: “enige tijd later, misschien een paar jaar,
misschien honderden jaren – dat is moeilijk vast te stellen in de kolossale
levensduur van een landschap …”.
Omdat O’Farrell “ruimte” bepalend vindt voor de ontwikkeling
van het leven, is het ongetwijfeld geen toeval dat ze haar roman naar een plek
vernoemt. Plaatsen verknopen verhaallijnen, maar worden hier allerminst
geromantiseerd. Neem het verhaal van twee weeskinderen die elkaar terugvinden
na de Grote Hongersnood in Ierland: alle generatiebanden zijn weggevaagd, net
als de link naar hun heimat, want de wezen werden verzameld, opgesloten en als
slaaf behandeld. Ze ontsnapten en zochten een eigen plek, startten een gezin en
verhuisden, hunkerend naar een unieke plaats. Opmerkelijk genoeg legt de vader
zich toe op landmeting, het uitermate nauwgezet in kaart brengen van de ruimte.
Later valt het gezin uit elkaar: de kinderen migreren, elk onder heimwee gebukt,
maar elk op een andere manier.
Het is niet enkel een mooi verhaal, maar ook toegankelijk
geschreven en erg beeldrijk. Vooral haar vergelijkingen zijn schitterend: “Van
onder de met speeksel doordrenkte lap klinken woorden, althans klanken die erop
lijken, ze rammelen als stenen in een emmer.” De lezer voelt hoe de periode
rond de hongersnood beleefd en in herinnering gebracht werd, zowel bestuurlijk
(de burggraaf neemt wat hij denkt dat hem toekomt), religieus (mooie
beschrijvingen van zowel een duiveluitdrijving als de hiƫrarchie in priesterordes
ten opzichte van nieuwkomers) als sociaal (marginalisering van boeren). Haar
allerlaatste zin vat het boek mooi samen: “Iemand is zo oud en wijs, dat hij je
alles over de geschiedenis van het land zou kunnen vertellen, als hij dat zou
willen”. Inderdaad.
https://www.singeluitgeverijen.nl/nijgh-van-ditmar/boek/land/
Dit boek verscheen in 2025, de Nederlandse vertaling volgde
gauw in 2026. Sarah Hall is een ervaren schrijver en viel al diverse malen in
de prijzen. Helm schrijven was daarentegen een moeizaam, door- en overdacht
proces dat wel meer dan 20 jaar vergde. De titel slaat niet op zo’n metalen
ding dat je op je hoofd zet om het beschermen, maar is de naam van een wind die
in het Edendal waait, in het noordwesten van Engeland. Het gebied is een
constante, de wind dominant.
Het boek bevat een trits verhalen die zich afspelen op heel
wat verschillende tijdstippen, spontaan door elkaar gehaspeld. Het vraagt wat
tijd om je weg te vinden in dit schijnbare kluwen, maar hoe langer hoe meer
geeft de wind de richting aan. De wind stuurt en bepaalt hun leven, geeft en
neemt, biedt en ontneemt. De schijnbaar chaotisch op elkaar gestapelde verhalen
overspannen tientallen eeuwen, wat veel zegt over hoe relatief tijd is. Nu eens
‘prehistorisch’, dan middeleeuws en later actueel. Wat terugkeert is dat mensen
de natuur willen begrijpen, en bij gebrek aan wetenschap spelen kunst en vooral
geloof hierin een nadrukkelijke rol. Hall heeft een ronduit schitterende taal,
dat alleen al maakt het boek leeswaardig. Maar, opgelet: voor de minder ervaren
fictielezer is het gevaar om verdwaald te lopen niet gering.
https://www.amboanthos.nl/boek/helm/
De bespreking verscheen op de site van BBL op 19 oktober
2026,
https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/twee-historische-herfstboeken