dinsdag 4 augustus 2026

Je zit op een stoel

 Bob Vanden Broeck




We doen het allemaal, elke dag, bijna steeds van het ene specimen naar een ander: op een stoel zitten. Bob Vanden Broeck schreef er een boek over. Hij vertelt over wat er door het hoofd van de stoelzitter raast. Dat is een heuse wervelwind, een duizelingwekkende hoofdtempeest. Of het een ‘blijvenzitter’ is, of eerder een ‘zittenblijver’? Wel, als je een ‘er was eens’-verhaaltje verkiest, zit je hier in elk geval fout. Geniet je van taal en durf je vragen stellen, aarzel dan niet, het is een zuiver goudklompje.

‘Je wil niet zitten, je wil bewegen maar je moet tegelijk ook op de stoel blijven zitten en hoe kan je zowel blijven bewegen als zitten, zowel bewegen als blijven zitten, zowel blijven als bewegen en zitten?’ Het is een chaotische opstapeling van beelden die doorheen je hoofd flitsen, over een vlieg, stemverheffing, het vastnemen van een mok en nog duizenden andere gedachten. Als een ongetemde cycloon laat hij je alle hoeken van de kamer zien. Kortom, als je je in dit boek verdiept, heb je plezier zonder dat je je één millimeter moet verplaatsen. Is dat geen échte vakantie?

https://www.koppernik.nl/p/je-zit-op-een-stoel/

Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op 29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken

De slimste vlindergids

Jan Rodts



Zat Jan Rodts vooraan in de klas, vinger opgeheven nog voor de leraar iets vroeg? Of zat hij achteraan, lachend en lol trappend, overschouwend hoe de anderen zich uitsloofden en bergen energie verslonden om eenvoudige klusjes te klaren? Wellicht het laatste. Na zijn ‘slimste vogelgids’, aangevuld met een junioruitgave, bracht Vlaanderens meest strijdvaardige vogelaar vorig jaar de slimste vlindergids uit.

En waarom ook niet? Ze zijn zo bekoorlijk, ze prikkelen onze fantasie eindeloos. Ze verdienen ook wat serieuze aandacht, gegeven hoe zwaar ze het te verduren krijgen. Maar uitgerekend in volle zomer, liefst op vakantie, maken ze ons zo onbaatzuchtig opgewekt. Rodts vertrekt vanuit hetzelfde uitgangspunt als in zijn andere slimme gids, namelijk wat het ongetrainde oog ziet in een oogopslag: de kleur, en in mindere mate de vorm. De traditionele indeling die biologen hanteren (op basis van inhoud en niet op basis van het beeld) en het gehanteerde classificatiesysteem gaan in de prullenmand. Rodts ziet witte, gele, oranje, oranjerode, groene, blauwe, bruine en zwarte tinten. De witte vlinder met een oranje tipje aan de vleugels, is dat een witte of een oranje vlinder? Voor welke groep zou Rodts kiezen?

https://houtekiet.be/products/de-slimste-vlindergids

Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op 29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken

 

Door de ogen van een vogel, Hoe is het om een vogel te zijn?

 Achilles Cools


‘Het is al een kunst om te leren zien wat er te zien is’: een zin, en Achilles Cools heeft meteen veel verteld over zijn boek en zichzelf. Cools adoreert vogels, met namde de kauwen. ‘Kauwen zijn voor mij een muze, een combinatie van beheersing en bewondering voor een idool’. Het boek bevat een vijftigtal korte verhalen over vogels, incidenteel kabbelend, meestal spitsvondig. Je leest over de visarend die de meest uitmuntende visser onder de roofvogels is, over vrouwelijke roodmussen die bij mannetjes vooral symmetrie appreciëren, over zijn zakgeld dat hij gebruikte om roofvogels vrij te kopen bij vogelvangers, …

Deze verhalen weerspiegelen ervaringen uit zijn hele leven, en dat op vele plaatsen: van het Taman Negara-regenwoud in Maleisië, naar Birecek in Turks Koerdistan, het Spaanse Extremadura, Keoladeo National Park in India. ‘We kunnen veel leren als we naar buiten gaan en onze aandacht richten op wat daar leeft, en daar daadwerkelijk naar kijken,’ stelt hij. ‘Dichter bij het geluk kun je nooit komen.’ En kijken doet hij, niet alleen naar de mensheid, maar ook naar de fysieke omgeving: elk hoofdstuk bevat een schets van zijn hand, in zwart-wit. Hij is namelijk niet enkel auteur, maar ook kunstenaar, en daarbij een wier verhalen stevig wetenschappelijk en filosofisch onderbouwd zijn.

https://www.lannoo.com/nl-be/kennis-wetenschap-natuur/door-de-ogen-van-een-vogel-9789059962972

Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op 29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken

 

Arm Vlaanderen, een wereldgeschiedenis, honger, ziekte en globalisering in het midden van de 19de eeuw

Maarten van Ginderachter


‘De landbouw kannibaliseerde zichzelf in de Vlaanders’: een opmerkelijke zin in een opmerkelijk boek van Maarten van Ginderachter. Het weze helder, hij beschrijft het midden van de 19e eeuw. Hij graaft diep in ons maatschappelijk agrarisch systeem, legt nauwgezet uit wat Vlaanderen hierin kenmerkt (meer dan louter ‘labeur’) en waarom we zo honkvast zijn. Vooral zijn blik op de context is knap: het globale verhaal, de ‘maatschappelijke vervlechting’.

‘Zelfs in de armetierigste hofstee was de grote buitenwereld aanwezig: in de linnen handdoek over de wastobbe, de kaars op tafel, de lucifers op de schouw, het vaatje groene zeep onder het aanrecht, de blauwe kiel aan de kapstok en de soep in het bord. Elk van die dagelijksheden bevatte ingrediënten uit verre oorden.’

Die onderlinge afhankelijkheid komt knap naar voren bij zijn bespreking van guano, vogelmest uit Chili. De Britten teelden in India papavers, verkochten aan China om hun handelsbalans te verbeteren, de opium maakte vele arbeiders (‘koelies’) afhankelijk, die vervolgens als slaven verkocht en ingezet werden bij de ontginning van de guano in Chili, die zelf ten slotte op de West-Europese akkers terecht kwam.

In het nawoord vertelt van Ginderachter hoe hij met bronnen omging, hoe hij verwijst en citeert, waar hij knipt en plakt – en toch een publieksboek schreef, dat uitgebreid en stevig gestaafd, maar toch vlot leest. De liefde voor de taal ligt er daarbij dik op: de auteur geniet er van om in onbruik geraakte woorden en zegswijzen op te diepen. Wanneer las je laatst over een apert (onmiskenbaar) krukkige (chagrijnige) kutser (rondreizende koopman)? Een academicus die een toegankelijk verhaal brengt, knap.

https://www.horizon.be/boek/3392/maarten-van-ginderachter-arm-vlaanderen-een-wereldgeschiedenis.html

Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op 29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken

Vijf vrij voortvloeiende vakantieboeken

's Zomers mag de boog al minder gespannen staan, en dat geldt even goed voor deze rubriek. Onze huisrecensent Johan meandert van stoel naar vlinder, vervolgens van vlinders naar vogels, van vogelperspectief naar wereldgeschiedenis, en landt uiteindelijk in het natte Vlaanderen van de vroeger twintigste eeuw. Stroom je mee?

 Bob Vanden Broeck, Je zit op een stoel

We doen het allemaal, elke dag, bijna steeds van het ene specimen naar een ander: op een stoel zitten. Bob Vanden Broeck schreef er een boek over. Hij vertelt over wat er door het hoofd van de stoelzitter raast. Dat is een heuse wervelwind, een duizelingwekkende hoofdtempeest. Of het een ‘blijvenzitter’ is, of eerder een ‘zittenblijver’? Wel, als je een ‘er was eens’-verhaaltje verkiest, zit je hier in elk geval fout. Geniet je van taal en durf je vragen stellen, aarzel dan niet, het is een zuiver goudklompje.

‘Je wil niet zitten, je wil bewegen maar je moet tegelijk ook op de stoel blijven zitten en hoe kan je zowel blijven bewegen als zitten, zowel bewegen als blijven zitten, zowel blijven als bewegen en zitten?’ Het is een chaotische opstapeling van beelden die doorheen je hoofd flitsen, over een vlieg, stemverheffing, het vastnemen van een mok en nog duizenden andere gedachten. Als een ongetemde cycloon laat hij je alle hoeken van de kamer zien. Kortom, als je je in dit boek verdiept, heb je plezier zonder dat je je één millimeter moet verplaatsen. Is dat geen échte vakantie?

https://www.koppernik.nl/p/je-zit-op-een-stoel/

 

Jan Rodts, De slimste vlindergids

Zat Jan Rodts vooraan in de klas, vinger opgeheven nog voor de leraar iets vroeg? Of zat hij achteraan, lachend en lol trappend, overschouwend hoe de anderen zich uitsloofden en bergen energie verslonden om eenvoudige klusjes te klaren? Wellicht het laatste. Na zijn ‘slimste vogelgids’, aangevuld met een junioruitgave, bracht Vlaanderens meest strijdvaardige vogelaar vorig jaar de slimste vlindergids uit.

En waarom ook niet? Ze zijn zo bekoorlijk, ze prikkelen onze fantasie eindeloos. Ze verdienen ook wat serieuze aandacht, gegeven hoe zwaar ze het te verduren krijgen. Maar uitgerekend in volle zomer, liefst op vakantie, maken ze ons zo onbaatzuchtig opgewekt. Rodts vertrekt vanuit hetzelfde uitgangspunt als in zijn andere slimme gids, namelijk wat het ongetrainde oog ziet in een oogopslag: de kleur, en in mindere mate de vorm. De traditionele indeling die biologen hanteren (op basis van inhoud en niet op basis van het beeld) en het gehanteerde classificatiesysteem gaan in de prullenmand. Rodts ziet witte, gele, oranje, oranjerode, groene, blauwe, bruine en zwarte tinten. De witte vlinder met een oranje tipje aan de vleugels, is dat een witte of een oranje vlinder? Voor welke groep zou Rodts kiezen?

https://houtekiet.be/products/de-slimste-vlindergids

 

Achilles Cools, Door de ogen van een vogel, Hoe is het om een vogel te zijn?

‘Het is al een kunst om te leren zien wat er te zien is’: een zin, en Achilles Cools heeft meteen veel verteld over zijn boek en zichzelf. Cools adoreert vogels, met namde de kauwen. ‘Kauwen zijn voor mij een muze, een combinatie van beheersing en bewondering voor een idool’. Het boek bevat een vijftigtal korte verhalen over vogels, incidenteel kabbelend, meestal spitsvondig. Je leest over de visarend die de meest uitmuntende visser onder de roofvogels is, over vrouwelijke roodmussen die bij mannetjes vooral symmetrie appreciëren, over zijn zakgeld dat hij gebruikte om roofvogels vrij te kopen bij vogelvangers, …

Deze verhalen weerspiegelen ervaringen uit zijn hele leven, en dat op vele plaatsen: van het Taman Negara-regenwoud in Maleisië, naar Birecek in Turks Koerdistan, het Spaanse Extremadura, Keoladeo National Park in India. ‘We kunnen veel leren als we naar buiten gaan en onze aandacht richten op wat daar leeft, en daar daadwerkelijk naar kijken,’ stelt hij. ‘Dichter bij het geluk kun je nooit komen.’ En kijken doet hij, niet alleen naar de mensheid, maar ook naar de fysieke omgeving: elk hoofdstuk bevat een schets van zijn hand, in zwart-wit. Hij is namelijk niet enkel auteur, maar ook kunstenaar, en daarbij een wier verhalen stevig wetenschappelijk en filosofisch onderbouwd zijn.

https://www.lannoo.com/nl-be/kennis-wetenschap-natuur/door-de-ogen-van-een-vogel-9789059962972

 

Maarten van Ginderachter, Arm Vlaanderen, een wereldgeschiedenis, honger, ziekte en globalisering in het midden van de 19de eeuw

‘De landbouw kannibaliseerde zichzelf in de Vlaanders’: een opmerkelijke zin in een opmerkelijk boek van Maarten van Ginderachter. Het weze helder, hij beschrijft het midden van de 19e eeuw. Hij graaft diep in ons maatschappelijk agrarisch systeem, legt nauwgezet uit wat Vlaanderen hierin kenmerkt (meer dan louter ‘labeur’) en waarom we zo honkvast zijn. Vooral zijn blik op de context is knap: het globale verhaal, de ‘maatschappelijke vervlechting’.

‘Zelfs in de armetierigste hofstee was de grote buitenwereld aanwezig: in de linnen handdoek over de wastobbe, de kaars op tafel, de lucifers op de schouw, het vaatje groene zeep onder het aanrecht, de blauwe kiel aan de kapstok en de soep in het bord. Elk van die dagelijksheden bevatte ingrediënten uit verre oorden.’

Die onderlinge afhankelijkheid komt knap naar voren bij zijn bespreking van guano, vogelmest uit Chili. De Britten teelden in India papavers, verkochten aan China om hun handelsbalans te verbeteren, de opium maakte vele arbeiders (‘koelies’) afhankelijk, die vervolgens als slaven verkocht en ingezet werden bij de ontginning van de guano in Chili, die zelf ten slotte op de West-Europese akkers terecht kwam.

In het nawoord vertelt van Ginderachter hoe hij met bronnen omging, hoe hij verwijst en citeert, waar hij knipt en plakt – en toch een publieksboek schreef, dat uitgebreid en stevig gestaafd, maar toch vlot leest. De liefde voor de taal ligt er daarbij dik op: de auteur geniet er van om in onbruik geraakte woorden en zegswijzen op te diepen. Wanneer las je laatst over een apert (onmiskenbaar) krukkige (chagrijnige) kutser (rondreizende koopman)? Een academicus die een toegankelijk verhaal brengt, knap.

https://www.horizon.be/boek/3392/maarten-van-ginderachter-arm-vlaanderen-een-wereldgeschiedenis.html

 

Marie Gevers, De Dijkgravin

De Belgische Marie Gevers (1883-1975) publiceerde La Comtesse des digues voor het eerst in 1931. Sindsdien werd het verschillende keren heruitgegeven en vertaald. Het verhaal speelt zich af in en rond het Antwerpse Weert, wat we vandaag het Nationale Park Scheldevallei noemen, met de daarbij horende grienden, mandenvlechters, wielen, schorren, dijken, notelaars, alom, en uiteraard de suprematie van de getijdenrivier. De Schelde heerst, de bewoners schikken zich.

De dijkgraaf sterft en al snel borrelt de vraag op wie hem opvolgt. Niemand kent en leest de Schelde beter dan zijn dochter, maar een jonge ongetrouwde vrouw aan het hoofd van een organisatie die de belangen van talloze individuele – en vaak mannelijke – eigenaars behartigt, ligt niet echt voor de hand. De dochter voelt zich alleen op de wereld, is onzeker en zet schuchter en behoedzaam stappen, zowel privé als professioneel.

Zoals te verwachten kijkt een trits betweters over haar schouders. Mooi is niet enkel hoe ze haar weg zoekt, maar vooral hoe ze de individuele belangen koppelt aan het maatschappelijke belang. Nu eens wordt ze bekoord door een karekiet, dan weer door de wind die zacht over haar armen streelt. De verwevenheid van beide zoektochten en de boeiende beschrijvingen van de natuur maken het verschil. In het nawoord, ‘De verloofde van de Schelde’, geeft schrijver Annelies Verbeke verdere duiding.

https://uitgeverijweerwoord.be/de-dijkgravin/

Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op 29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken

De Dijkgravin

Marie Gevers


De Belgische Marie Gevers (1883-1975) publiceerde La Comtesse des digues voor het eerst in 1931. Sindsdien werd het verschillende keren heruitgegeven en vertaald. Het verhaal speelt zich af in en rond het Antwerpse Weert, wat we vandaag het Nationale Park Scheldevallei noemen, met de daarbij horende grienden, mandenvlechters, wielen, schorren, dijken, notelaars, alom, en uiteraard de suprematie van de getijdenrivier. De Schelde heerst, de bewoners schikken zich.

De dijkgraaf sterft en al snel borrelt de vraag op wie hem opvolgt. Niemand kent en leest de Schelde beter dan zijn dochter, maar een jonge ongetrouwde vrouw aan het hoofd van een organisatie die de belangen van talloze individuele – en vaak mannelijke – eigenaars behartigt, ligt niet echt voor de hand. De dochter voelt zich alleen op de wereld, is onzeker en zet schuchter en behoedzaam stappen, zowel privé als professioneel.

Zoals te verwachten kijkt een trits betweters over haar schouders. Mooi is niet enkel hoe ze haar weg zoekt, maar vooral hoe ze de individuele belangen koppelt aan het maatschappelijke belang. Nu eens wordt ze bekoord door een karekiet, dan weer door de wind die zacht over haar armen streelt. De verwevenheid van beide zoektochten en de boeiende beschrijvingen van de natuur maken het verschil. In het nawoord, ‘De verloofde van de Schelde’, geeft schrijver Annelies Verbeke verdere duiding.

https://uitgeverijweerwoord.be/de-dijkgravin/

Deze tekst werd gepubliceerd op de site van BBL op 29/7/2026, https://www.bondbeterleefmilieu.be/artikel/vijf-vrij-voortvloeiende-vakantieboeken