woensdag 3 april 2013

Holzer's permacultuur

 



Sepp Holzer

 

Een geboren verteller, die graag onderneemt, daarna kijkt en  overdenkt, en tot slot zijn handelingen aanpast aan de werking van de natuur.

En wat oudere kerel, rond gezicht, hoed, op de voorgrond tussen een schijnbare chaos van bloemen, groenten en struiken, een krop sla in de ene hand, en een (gloednieuwe) mestvork in de andere, kijkend in de lens. Een pose.  Holzer wordt naar voor geschoven als de founding father van de permacultuur, of beter, hij schuift zichzelf naar voor.

Holzer kreeg vroeger  in Oostenrijk de naam “boerenrebel”. Waarom? Hij dacht zelf na en zocht verklaringen, stelde vast dat in de traditionele landbouwtechnieken er vanalles fout liep en vertelde openhartig hoe de vork aan de steel zit. Hommeles is dan gegarandeerd.  Als je echter kijkt met welke snelheid bepaalde regio’s in Europa vandaag omschakelen van traditionele landbouw naar biolandbouw, dan zou hij minder snel zo’n term verdienen.

Holzer vertelt uitbundig. Bovendien heeft hij niet stilgezeten als kind, hij ondernam. Hij plantte zelf bomen, hij verplantte kruiden, hij werkte in de tuin, hielp bij het bereiden van het eten, … Zoals alle kinderen stal hij met zijn ogen, maar opmerkelijk,  hij onthield het zeer precies. Bij alles wat hij deed, keek hij telkens  nauwlettend naar de gevolgen van menselijke handelingen, en indien nodig, corrigeerde hij, op basis van hoe de natuur werkt. Dat is alles. Zijn principes zijn gebaseerd op de werking van de natuur, die hanteert bij het bebouwen van het land. Zijn emotie is de kracht van zijn verhaal, zijn vertelkunde maakt het boeiend.

Voor wie op zoek is naar nieuwe theorieën, is dit boek niet geschikt.  En toch wordt dit boek, en de permacultuur, terecht,  ruimschoots gewaardeerd. Zijn aanpak wordt best geïllustreerd met een voorbeeld, zoals fruitbomen. Traditioneel een voorbeeld van zorgvuldige selectie, planten met wortelbescherming en steunpaal,  vakkundig snoeien, nauwgezet maaien, bestrijden van ongedierte en kankers, bemesten, … Pas afgestudeerd startte Holzer op dezelfde wijze bij enkele klanten. Reeds na één jaar liep het op diverse plaatsen slecht af, en hij reageerde onmiddellijk. Geen groot gat, geen kunstmest, omheen de boom mulch leggen en enkele stenen (verzwaren van de wortelkluit, condenswater, en habitat voor bodemdieren), bodemverbeterende planten zaaien in de onmiddellijke nabijheid van de boom. Niet snoeien zorgt er voor dat de takken hun veerkracht behouden, en onder hun eigen gewicht uit elkaar gaan hangen, waardoor het zonlicht tot diep in de boom kan doordringen.  En tot slot voegt  hij er aan toe dat hij spijt heeft dat hij niet eerder op grotere hoogte boven de zeespiegel fruitbomen heeft aangeplant. Ze groeien trager, en vooral bloeien later, maar zorgen voor bv. kersen in de late zomer of vroege herfst. Leuk als spreiding doorheen het jaar, maar vooral voegt hij er fijntjes aan toe dat de prijzen dan veel beter zijn. Opmerkelijk is de aandacht die hij besteed aan het enten: cruciaal voor fruitbomen, en hij doet het nauwgezet, uitvoeriger en met heldere tekeningen.

Het boek bevat zes hoofdstukken. In ‘landschapsarchitectuur’ behandelt hij de inrichting van zijn tuin en velden, bijna naadloos overlopend in een groot natuurgebied. Boeiend, want hij beschikt over een stevige oppervlakte (meer dan 50 ha), én een mooie helling, én een natuurgebied. Gevolg, bijna alle Vlamingen kunnen zijn principes nauwgezet volgen, hem bijna perfect imiteren is wellicht voor bijna niemand mogelijk in Vlaanderen.  Daarna gaat hij in alternatieve landbouwmethoden, fruitlandschappen , het kweken van paddenstoelen (ook een idee waar Gunter Pauli graag mee uitpakt; link bespreking blauwe economie). In het deel over tuinen vertelt hij naar hartenlust over zijn ervaringen als kind, gaat in uitvoerig in op een aantal kruiden en hun voordelen, en voegt nog een aantal recepten toe. In het hoofdstuk “projecten” belicht hij enkele projecten van welstellende klanten. Holzers aanpak is vergelijkbaar met wat Pedro Parra doet voor de grootste wijnmakers. Ook hij reist de wereld rond en adviseert, en ook hij maakt het schijnaar onmogelijke mogelijk, louter door zeer goed te analyseren, te kijken en na te denken. Zijn Clos de Fous (de naam is een bewuste keuze !) in Chili illustreert dit; welke bodem, welke ondergrond, hoe is het reliëf, de windrichtingen, het klimaat, de topografie, de neerslag, de druivensoort, de kloon, welke oriëntatie voor de planten, … En beiden slagen. Opmerkelijk voorbeeld van Holzer is dat hij zijn principes ook met succes toepast op de zure veengrond van een Schots heidelandschap. Een sterk staaltje ! 

https://janvanarkel.nl/holzers-permacultuur/

donderdag 26 april 2012

Groen in de stad

 



B. Haverkamp, P. Croes,

 

De auteurs laten via beelden voelen hoe je een stedelijke tuin of tuintjes inricht. Ze geven een esthetische inkijk op hun werk.

Stads- en daktuintjes inrichten is soms een hele klus. Als je geluk hebt, heeft de vorige bewoner de ruimte mooi opgeruimd. Het lijkt allemaal zo eenvoudig: stenen er uit, teelaarde er in, wat bloemen zaaien, bollen planten, enkele vaste planten, en dan liefst één en enkele zetels. Maar is het zo eenvoudig?

Bart Haverkamp en Pieter Croes hebben hun werk van een tiental jaar gebundeld in een boek. Wat meteen opvalt, is dat de vorm centraal staat. Geen toeval dus dat ze een fotografe onder de arm namen, nl. Sarah Blee. De foto’s zijn uitstekend; in combinatie met de lay out kan je enkel het begrip “mooi” hanteren. Piet Raemdonck, zorgde voor enkele schilderijen, of veeleer  een kleurfestival. Omschrijf je zijn kunst met begrippen als kleur, weelderig, geschakeerd, spontaan, dartel, en gelijktijdig geordend in een kader, dan is de stap naar de ontwerpen  snel gezet.

Als er één begrip centraal staat, dan is het vorm. Het boek biedt een onthullende inkijk in 22 projecten. Ze zijn niet geordend volgens tijd, noch volgens oppervlakte of ligging. Ze volgen elkaar op in een spontane ritmiek. Naast foto’s en een habbekrats tekst vind je soms enkele schetsen. De foto’s brengen ook delen van de woning en/of omgeving in beeld, net als de overgang naar de tuin. Kenmerkend is dat je geen opsomming krijgt van “3 daktuintjes, één patio, één tuin met zwembad, lang stuk straat, …”, maar een overzicht van compacte beelden. Variatie is er genoeg, want ze hebben ze zich niet enkel toegelegd op het miniscule stadstuintje. Ook de riante tuinen, historisch en nieuw, groot en klein, werden aangepakt. Als het enigszins lukte, werd er steeds minimaal één boom geplant.

Verwacht dus geen boek met handige tips over de aanleg van een daktuin, noch over het onderhoud. Je vindt dan ook maar een beperkte hoeveelheid tekst, en weinig pleidooien over goed en slecht, en nog sterker, weinig verbale pleidooien waarom hun  ontwerp goed is.  Maar als je wil dromen over je daktuin, patio, …, is er inspiratie in overvloed. “Kleur in de vorm en vorm in de kleur”.

https://www.lannoo.be/nl/groen-de-stad

 

dinsdag 5 juli 2011

Vrij spel voor natuur en kinderen

 


Willy Leufgen & Marianne van Lier

 

Een internationaal overzicht van tal van natuurschooltuinen.  Niet enkel aandacht voor het resultaat, maar ook voor het proces.

Enthousiasme leidde tot het ontstaan van de Stichting Oase (1993). Kinderen in contact brengen met natuur, daar draait het allemaal om. Dat Richard Louv inmiddels een baken heeft verzet met het boek “het laatste kind in het bos” is inmiddels zonneklaar. In Vlaanderen bracht Humo zijn boek onder de aandacht. Niet onbelangrijk, want hoewel zijn boodschap al lang bekend was bij de professionals, was een verruiming van de idee noodzakelijk .

Ook “vrij spel voor natuur en kinderen” is een veeleer technisch boek dat uitermate zinvol en handig is voor de professionals. Maar, het is ook toegankelijk voor anderen, en, de talloze praktische verwijzingen maken het een erg bruikbaar boek, hoewel het niet nieuw is.

Het boek is erg specifiek. Schoolnatuurtuinen staan centraal. Hoewel het vanuit Nederland werd opgezet, zijn er ook tal van voorbeelden uit andere West-Europese landen, meer concreet België, Duitsland, Zwitserland en Engeland. Tweede belangrijk voordeel is dat er niet enkel aandacht wordt besteed aan het eindresultaat. Ook het proces wordt belicht. Wie startte? Wie ontwierp? Wie legde aan? Waren er sponsors? … Op die manier kan een lezer zich snel een beeld vormen van wat haar/hem te doen staat als hij/zij het zelf wil aanpakken. Derde voordeel is dat het boek niet enkel de praktijk aanreikt, maar ook de pedagogische principes situeert. En ten slotte, het wemelt van de adressen en websites.

Weet je het nog niet? Geen nood. Er wordt afgesloten met “een koffertje vol ideeën”, 30 handige tips voor doe-het-zelvers. Kinderen verkiezen klimbomen, struikhuisjes en vogelbosjes, vlinders, willen brood bakken, spelen met water, zoeken hoogteverschillen, plekken om te zitten, spelen met vlinders, zoeken regenwormen in de composthoop, bouwen vlotten, …

Kortom, een leuk boek, een heel specifiek onderwerp, en bijna verplichte literatuur voor de professionals. 

https://janvanarkel.nl/

https://www.epo.be/nl/milieu-ecologie/103-Vrij-spel-voor-natuur-en-kinderen-9789062244706.html

donderdag 7 april 2011

Naar meer natuur

 



Naar meer natuur, in tuin, park en landschap, praktische handleiding,

 

Ger Londo

 

 

Planten, harken, zaaien, wieden, kijken, bevragen, opzoeken, schoffelen, praten over, spitten, diepspitten, ploegen, uitpluizen, zaad oogsten, …, dat, en nog veel meer heeft Ger Londo de afgelopen tientallen jaren gedaan, thuis en elders. Inmiddels is hij een erudiet ervaringsdeskundige die het grootste deel van zijn opgedane en verzamelde kennis, kunde, en ervaring genotuleerd heeft en met zijn lezers wil delen.  De gehanteerde taal is zakelijk, correct en precies.

 

In het woord vooraf wordt aangestipt dat Ger Londo zich al héél lang op natuurontwikkelingsexperimenten toelegt. Formeel startte hij hiermee in 1966.  Ook op het vlak van literatuur, bakens uitzetten voor het beleid (onder meer door zijn participatie aan de Ecologische Hoofdstructuur)  en wetenschappelijk onderzoek heeft hij niet stilgezet. En hier ligt ook de essentie: wetenschappelijk onderbouwde natuurontwikkeling, getoetst aan de praktijk.

 

Na een kort pleidooi voor meer natuur behandelt de auteur het belang van de grondsoort en de diverse technieken om milieus geschikt te maken voor planten, zoals bv. maaisel afvoeren, plaggen, omkeren van de bovengrond, maken van muren en schanskorven, … Het centrale deel van het boek behandelt een aantal types begroeiing, zoals bv. bloemrijke graslanden, hooigazon, stinzengrasland, bloemrijke ruigten, natte graslanden, oeverbegroeiingen, stinzenbos, onkruidakkers, … Telkens geeft hij precies aan hoe je de begroeiing moet aanleggen én onderhouden. In het afsluitende kijkt hij naar grotere gehelen, pleit hij voor variatie, staat even stil bij landgoederen, enz. Uitganspunt is telkens dat het geheel meer is dan de som der delen. Als rasechte wetenschapper wordt het boek afgesloten met een aantal overzichtelijke lijsten.

 

Kortom, een zalig boek. Je kan er elke tuin snel mee aanleggen, althans als je zelf je schets maakt. De foto’s maken het aantrekkelijk, de zakelijke taal heel boeiend, en de idee om ervaring te delen nobel. Een aanrader.

 

https://knnvuitgeverij.nl/artikel/naar-meer-natuur-in-tuin-park-en-landschap-ebook.html