donderdag 12 oktober 2017

De akkers van pandora

Spencer Wells




Spencer Wells is geneticus en antropoloog. Een wetenschapper in hart en nieren, die graag over de muurtjes van zijn vakgebied kijkt, precies analyseert, een mening vormt en die graag vertelt. Bovendien kijkt hij ook graag naar andere onderwerpen zoals moraal en ethiek. Hij brengt alles samen en geeft de krachtlijnen voor een toekomstige samenleving.

Spencer Wells schept snel duidelijkheid. “De grootste revolutie van de afgelopen vijftigduizend jaar menselijke geschiedenis was niet de opkomst van internet, de industriële revolutie, … de verlichting, … de navigatie over lange afstand, maar het moment waarop enkele mensen op verschillende plekken ter wereld besloten te stoppen met het verzamelen van eetbare planten, en dus ophielden onderworpen te zijn aan de grenzen die hun waren gesteld door de natuur, en in plaats daarvan hun eigen voedsel gingen verbouwen”. De kern van zijn betoog en meteen ook het uitgangspunt voor de oplossing van terrorisme, pandemieën, klimaatverandering, … Deze gedragswijziging heeft alle (technologische) innovaties mogelijk gemaakt: de significante genetische veranderingen aan de gewassen, de domesticatie van de dieren, de ontwikkeling van complexe irrigatiesystemen, de opkomst van de steden en de gelaagde vormen van overheidsbestuur.

Spencer Wells is een verhalend wetenschapper. Hij is erg belezen en laat de lezer graag kennis maken met andere wetenschappers en hun werk. Het is markant hoe precies hij die verwijzingen in zijn eigen verhaal plaatst. Zijn redeneringen zijn stapsgewijs en minutieus. Hij leidt je binnen in de wereld van Pritchard, het cytochrome P-450 gencluster, fysieke kenmerken van mannen en vrouwen in elke belangrijke historische periode, aquacultuur als landbouwmethode, de strontium-calciumratio in botten, polyploïde planten, junk DNA, het FOXP2-gen, … In zijn vakgebieden (genetica en antropologie) is hij erg geloofwaardig. Hij kiest een denklijn én een vertellijn en knipt alle ballast uit zijn verhaal. Een erudiete snotaap. Verhalend is hij sterk. Je kan bv. lezen waarom mensen in het Neolithicum naar een tandarts gingen, hoe dat verliep, waarom dat noodzakelijk was, wat ze dus aten en hoe ze zich gedroegen. En dat allemaal op basis van een vondst van een kies in Mehrgarh (Pakistan). Of je leest bv. waarom welke indianen diabetesgevoelig zijn.

Centraal in zijn redenering staat de transgenerationele macht, de macht die je hebt als individu om, bewust of onbewust zowel  je directe of indirecte nakomelingen als hun leefomstandigheden te sturen. Maar ook de omgeving kan in dit proces sturend zijn. Hij illustreert dit niet enkel met een verdwaald colaflesje van 60 jaar geleden, maar ook met de effecten van sikkelcelanemie, de mogelijkheden om embryo’s zelf te boetseren en met effecten van een vroegere klimaatverandering op de mensheid. Juist omdat de actuele CO2-emissies nog minstens 1000 jaar effect zullen hebben op onze leefomgeving waagt hij zich aan voorspellingen. De oplossing? Met zijn allen minder willen. Helder door zijn eenvoud, maar moeilijk haalbaar.

 Als hij een honderdtal pagina’s uit het boek wegknipt, wordt het verhaal sterker, geloofwaardiger, minder voor discussie vatbaar en minder kwetsbaar. Maar als wetenschappers altijd in hun eigen loopgraaf blijven zitten, daalt de maatschappelijke dynamiek. Kortom, een boeiend verhaal. Jammer dat Spencer Wells wat drammerig (redden van de ondergang) overkomt als hij buiten zijn eigen vakgebieden wandelt. Zijn ongerustheid over onze toekomst is zeer intens, met een sprankeltje hoop. Juist dat laatste was inspirerend voor de titel.

Een uitgave van atlas contact, niet meer beschikbaar bij de uitgever, wel bij sommige boekhandels.

2011, geredacteerd 

https://www.atlascontact.nl/

https://www.goodreads.com/nl/book/show/8551926-de-akkers-van-pandora

 

vrijdag 6 oktober 2017

Het zwarte goud wordt groen

Het zwarte goud wordt groen, energie na piekolie en Fukushima





Johan Braem

 

Johan Braem heeft jaren stapels documenten van overheden maar vooral van alle grote mondiale energiespelers uitgevlooid. Hij heeft de cijfers geschikt, herschikt, en berekeningen toegevoegd. Hij heeft analyses gemaakt en een verhaal neergeschreven.

Het boek ademt de sfeer uit van een rapport. Het is zakelijk qua inhoud en nuchter qua stijl, ook bij de voorspellingen. De schaal is mondiaal. De kracht van het boek is de ontsluiting van een berg cijfers in een toegankelijk verhaal. Eerst gaat hij in op het wereldwijde energieverbruik, daarna behandelt hij de belangrijkste energiebronnen apart (olie, aardgas, steenkool kernenergie, windenergie, zonne-energie, andere energiebronnen, elektriciteit). Voor de bespreking reikt hij een enorme hoeveelheid cijfers en grafieken aan. Zijn boek bevat 67 figuren en 33 tabellen. Daarna volgt het besluit. Hij rondt het geheel af met een doorlichting van 26 belangrijke energiebedrijven, zoals bijvoorbeeld BP, Gazprom, Lukoil en ENI. Telkens geeft hij een reeks vergelijkbare cijfers en een beknopte bespreking.

We moeten zuiniger zijn met ons energieverbruik. Het is gewoon een kwestie van tijd alvorens de toenemende vraag naar energie de besparing door zuinigere gebruikers zal overstemmen. De echte oplossing is dat elektriciteit gebruikt wordt als enige energiedrager (transport en verwarming). Voor de productie van elektriciteit worden zo weinig mogelijk fossiele brandstoffen gebruikt.   Hernieuwbare energie vraagt zo’n gigantische investeringen dat ze zeker ontoereikend zullen zijn voor het bereiken van gewenste elektriciteitsproductie.

Gevolg is dat de hulp van kernenergie en fossiele brandstoffen nodig zal blijven. Een verhoging van de aardgasproductie kan alvast de CO2-uitstoot doen dalen, zeker indien er minder steenkool zal worden gebruikt. Maar, net China en de USA beschikken over grote voorraden steenkool. Bovendien zijn steenkoolinstallaties niet zo makkelijk te wijzigen en is steenkool relatief goedkoop. De druk om steenkool minder te gebruiken kan dus enkel vanuit milieuhoek worden verwacht. Kernenergie kampt onder meer met de beperkte beschikbaarheid van uranium. De kernramp in Fukushima leidt weliswaar tot een aantal sterke beslissingen, maar, Tsjernobyl leert dat dit slijt. Hydro-elektriciteit is geografisch beperkt, windenergie is overal inzetbaar, maar heeft een onstabiele productie, net als zonne-energie. Bovendien, megazonneparken creëren een nieuwe geografische afhankelijkheid.

De cijfers gebruikt hij om mechanismen bloot te leggen en tendensen te duiden. Op die manier kan het boek makkelijk worden gebruikt als naslagwerk (voorkomt dat je zelf al die rapporten moet doorworstelen), én als toetssteen voor fragmentaire berichten. Zijn evaluaties zijn pragmatisch en strak logisch. Hij gaat er van uit dat de maatschappij geld verkiest boven milieu. Hij zegt regelmatig waar het op staat, en spreekt bv. over besluitloze klimaatconferenties, duidt alternatieve energie als “te duur”, noemt subsidies een bedrieglijke vorm van hulp,  stelt dat het toekomstige olieverbruik flink onderschat wordt (vooral van China !), stelt luidop vragen over de formele oliereserves, … Nu en dan maakt hij verwijzingen naar het verleden, bv. bij het aandeel van de diverse brandstoffen in het totale verbruik wijst hij op de terugkeer naar het verleden als het aandeel biobrandstoffen toeneemt, door bij elektrische auto’s de batterijverhuurplaatsen te vergelijken met postkoetswissels, …  Telkens hoedt hij zich voor emotie, en legt zich toe op feiten.

 “The facts, nothing but the facts”.

Juni 2012, geredacteerd

Niet meer beschikbaar bij de uitgever

https://lib.ugent.be/nl/catalog/rug01:001670452?i=17&q=%22Braem+%22&type=other-manuscript-article-audio-book

dinsdag 30 september 2014

Natuur vanuit de hemel

 



Natuur vanuit de hemel, de mooiste natuurgebieden van België

Wouter Pattyn 

Opmerkelijk. Zaterdag 28 juni 2014 in Sabato, het weekendmagazine van De Tijd, aandacht voor natuur. En dat in het exclusieve nummer over Knokke. Ronduit een mijlpaal voor het natuurbehoud in Vlaanderen. Dit huzarenstukje schrijf je best op het conto van Wouter Pattyn. De afgelopen jaren keek hij neer op Vlaanderen. Niet zo maar overal en nergens. Nee, hij zocht mooie natuurplekken,  dus ook het Zwin en keek dus ook neer op “de natuurtuin van Mijnheer Lippens”. Resultaat: hij landde in de Sabato, merkwaardig.

Met het boek “Natuur vanuit de hemel. De mooiste natuurgebieden in Vlaanderen” realiseerde Wouter Pattyn zijn jongensdroom. Mannen die hun jongensdromen kunnen realiseren zijn heel gelukkig. Bovendien zetten ze meestal een uitstekend resultaat neer. Denk maar aan de horde mannen die jaren al hun vrije tijd (en geld!) besteden aan één auto die daarna onder een glazen stolp belandt en gekoesterd wordt. Wouter Pattyn is een bevlogen natuurfotograaf. In zijn nieuwste boek kiest hij, als fotograaf, uiteraard voor mooie foto’s. Foto’s vanop lage hoogte van natuur van uitmuntende kwaliteit, in Vlaanderen. Waterpartijen als verstrooide, onzorgvuldige gevormde, letters in het landschap, slingerde, meanderende, uitwaaierende rivieren, verdwaalde bomen als fout ingekleurde stippen, … Mooi. Heel mooi. Verbazend. En binnen handbereik.

Internationaal kan je met een dergelijke publicatie natuurlijk niet omheen Yann Arthus-Bertrand, zeker niet omheen de aarde vanuit de hemel. Hij was en is niet enkel inspirerend, bovendien nemen de mogelijkheden voor luchtfotografie, vooral relatief lage hoogte, snel toe. Het is dus geen toeval dat vandaag in Vlaanderen een dergelijk boek beschikbaar is. In Nederland bv. besteedde de VPRO veel energie aan de voorbereiding en uitwerking van de reeks “ Nederland van boven”. Geert Rozinga, eindredacteur en programmamaker, vertelde dat, na evaluatie, werd gekozen voor herhaling, verbetering en verdieping van de vier jaar eerder gemaakte reeks. Centraal stond het idee om in beeld te brengen hoe met in Nederland leeft. In het kielzog van het succes van de reeks lanceerde een uitgeverij een boek geïnspireerd op de TV-reeks.

Wouter Pattyn werkte ruim twee jaar aan het project, bengelde aan touwtjes in de lucht, genoot van weer en wind en vooral het licht, was genoodzaakt enkele malen zijn planning ondersteboven te keren, praatte met velen, … Hij was, terecht, selectief in het aantal gebieden, 18. Naast de foto’s vind je telkens een interview met iemand die het gebied kent en koestert. De tekst is tevens een beknopte situering van het fraais dat volgt. Belangrijk voordeel is dat de inhoud en beeld samenvallen, dat Pattyn weet welke gebieden hij best kiest, met wie hij praat en wat op de foto’s moet staan. Pattyn heeft een niche ingevuld en een uniek boek gemaakt. Hij verdient een plaats naast het boek “landschappen in Vlaanderen vroeger en nu, van groene armoede naar grijze overvloed” van Vanhecke L., Charlie G. en Verelst, L. (1981), waarin tal van oude opname van Massart werden opgenomen en als referentie werden gebruikt.

Voor het project werkte hij samen met de Vlaamse overheid (Agentschap voor Natuur en Bos, ANB, de Vlaamse Landmaatschappij, VLM) en Natuurpunt. Door de uitzonderlijk goede prijs-kwaliteitsverhouding is het boek “een koopje”.

Het boek heeft ook een “klein broertje”, althans zo lijkt het met het boek “adembenemend België, verassende natuur”. Het zijn de 15 gebieden, waarvan drie in Wallonië. Eén gebied ontbreekt bij “grote broer”. Hoewel de inhoudelijke relatie intens is, zijn het twee aparte, zelfstandige producten. Uiteraard komen tal van de foto’s in beide boeken, alleen de verschillen zijn treffend. Papierkeuze, format, afwerking, grootte van de foto’s,… terechte verschillen. Het boek biedt houvast voor de wandelaar, bevat tal van concrete informatie,  zoals wandelingen, openingsuren van centra enz., maar ook een stukje achtergrondinformatie. Handig en correct.


https://www.lannoo.be/nl/wouter-pattyn

https://www.lannoo.be/nl/adembenemend-belgi%C3%AB-verrassende-natuur

 


woensdag 2 april 2014

Groenten in potten

 



Ruimte is een schaars goed, vraag het maar aan bewoners van appartementen. De ruimte die meestal het meest zorgvuldig wordt ingericht, is het terras. Het gebruik van elke vierkante centimeter wordt overwogen. Een ligzetel, een tafel, stoelen, bloemen, …, maar waarom geen groenten? Groenten? Op  een terras? In je ene hand een koele cocktail, terwijl je met je andere hand verse groenten oogst. Kan dat?

Velt liet er geen gras over groeien en startte een nieuwe campagne met als titel “groenten in potten”. Velt streeft naar een gezond leven op het ritme van de seizoenen, met respect voor de natuur. De afgelopen jaren werd al vanuit verschillende hoeken duidelijk gemaakt dat een groentetuin niet echt veel plaats vereist. Het gebruik van de invalshoek “potten” maakt het erg beheersbaar en makkelijk bruikbaar voor iedereen. Zelfs met één pot kan je al aan de slag.

Velt heeft alles gebundeld in een brochure van welgeteld 48 pagina’s, weliswaar  van 16,5 cm op 16,5 cm. Handig. Er staat enkele foto’s in, maar vooral heel wat praktische informatie. Je kan tot 20 verschillende potten met groenten telen, zoals bv. sla, peterselie, veldsla, boontjes, rode biet, wortel, plantui, tomaat, courgette, aardbei, wilde venkel, ... 36 groenten in totaal. De aangereikte informatie is héél praktisch, en to the point. Hoe zaai je, plastic of stenen potten, drainage van potten (bv. met wijnkurken), de grootte van de pot, hoe maak je potgrond,  wat doe je bij hitte (bv. zet een parasol), extra voeding vereist of niet, wat als je op reis gaat, … In het tweede deel volgt een opsomming per pot, met telkens één of enkele groenten die je samen kan plaatsen. Voor elke groente vind je een zeer korte beschrijving, aangename rassen, de zaaiafstand, de zaaidiepte, de kiemtijd en een oogsttip. Tot slot vind je een zaai-, plant- & oogstkalender, per pot en per groente.

Het werd uitgegeven in 2012 en kreeg een update in 2014.

https://winkel.velt.nu/groenten-in-potten

donderdag 23 mei 2013

The Botanic Garden of Brussels

 




The Botanic Garden of Brussels (1826-1912): Reflections of a Changing Nation

D. Diagre-Vanderpelen

 

Een collectorsitem met  authentieke prenten om je vingertoppen over te laten glijden.

Even helder zijn, het boek behandelt DE plantentuin, ronduit uniek. Gelegen in de (langgerekte) schaduw van het atomium, met zijn fabuleuze serrecomplex als publiekstrekker. Je vindt er meer dan 18.000 plantensoorten. Het oorspronkelijke gebouw op de originele site wordt veelal “Bota” genoemd, het koosnaampje voor het culturele centrum van de Franstalige gemeenschap, het sierlijke gebouw met tuin, centraal in Brussel, net aan de rand van de vijfhoek. Argeloze toeristen worden er, misleid door een taxichauffeur, gedropt, stadskuieraars vinden verpozing in de tuin, journalisten ervaren het als een heerlijk plekje voor interviews, en gedreven cultuurzoekers vinden er dans, theater, concerten, … De Nationale Plantentuin vond inmiddels onderdak in Meise.

Vrijdag 7 december 2012 vergaderden de ministerraad van de Vlaamse en de Franse gemeenschap samen in Namen. Hét opvallendste besluit was zonder twijfel dat de plantentuin van Meise wordt toevertrouwd aan Vlaanderen. Het was al eens afgesproken, in 2001, en opgenomen in de Lambertmontakkoorden, maar het was wachten op uitvoering. Belangrijkste hinderpaal was het taalkader van het personeel, belangrijkste resultaat is dat er een gesprekspartner is. Iedereen wenst uiteraard dat de waardevolle en beroemde collectie intact blijft, maar inspanningen zijn vereist. Vooral de lamentabele toestand van sommige serres is zorgwekkend.

Wellicht hing het akkoord al een poos ‘in de lucht’, want bij het begin van de herfst pakte de Nationale Plantentuin uit met “er groeit iets in Meise”. Niet enkel qua tijdstip een doordenker. Er werd een boek voorgesteld over de historiek, eerst in het Engels, inmiddels volgde een versie in het Frans. Een Nederlandstalige uitgave is niet voorzien.

Denis Diagre-Vanderpelen werkt als onderzoeker en archivaris bij de Nationale Plantentuin van België. Zes jaar geleden behaalde hij een doctoraat met een historisch onderzoek over de Nationale Plantentuin, op de originele site, hartje Brussel. De titel is deels misleidend. In de titel werd uitdrukkelijk 1912 vermeld, in het boek werd een deel toegevoegd over de historiek na 1912. De Nationale Plantentuin heeft een uitstekend archief, waar kon worden uit geput.  

De Nationale Plantentuin startte als droom van de sociale elite van de negentiende eeuw en bevatte drie elementen: grote serre, mooie tuin en exotische planten. Napoleon was nog maar net buiten, en er werd gestart, kort voor de onafhankelijkheid van België. Leuk aan het boek is zonder twijfel de aandacht voor de context, hoe zit de maatschappij in elkaar en welke invloed heeft dit op de Nationale Plantentuin. De tekst heeft een intense aandacht voor detail, zonder het globale beeld uit het oog te verliezen. Vergis je niet, er staat héél veel informatie in het boek. Opvallend is dat het harken naar geld en het zoeken naar zekerheden de hele geschiedenis hebben gespeeld. Iets vertellen over een Belgisch kroonjuweel (inmiddels toevertrouwd aan Vlaanderen), gesteund door vorst, staat en bourgeoisie, zonder een uitstap naar Congo, is niet mogelijk, zeker niet als planten het object zijn.

Als je van vluggertjes houdt, biedt het boek een rijke collectie van prenten, gaande van orchideeën, plannen, plantenverzamelaars, namenlijsten, portretten, een plantencatalogus, plantenlijsten van verzamelaars, ingehuurd door de Belgische staat, een uittreksel uit de kaart van Vandermaelen (1844) met de Zenne als kronkelende, open rivier doorheen Brussel, … Om te illustreren hoe mooi zo’n prenten zijn, vooral als ze origineel zijn, werd op de cover (zowel voor- als achterzijde) een prent gebruikt met een bruine vlek op. Lef van de uitgever, en sporadisch vertwijfeling bij de lezer.

https://shopbotanicgarden.be/The-botanic-garden-of-Brussels-(1826-1912)-p-31-c-21_50.html#fp

woensdag 3 april 2013

Holzer's permacultuur

 



Sepp Holzer

 

Een geboren verteller, die graag onderneemt, daarna kijkt en  overdenkt, en tot slot zijn handelingen aanpast aan de werking van de natuur.

En wat oudere kerel, rond gezicht, hoed, op de voorgrond tussen een schijnbare chaos van bloemen, groenten en struiken, een krop sla in de ene hand, en een (gloednieuwe) mestvork in de andere, kijkend in de lens. Een pose.  Holzer wordt naar voor geschoven als de founding father van de permacultuur, of beter, hij schuift zichzelf naar voor.

Holzer kreeg vroeger  in Oostenrijk de naam “boerenrebel”. Waarom? Hij dacht zelf na en zocht verklaringen, stelde vast dat in de traditionele landbouwtechnieken er vanalles fout liep en vertelde openhartig hoe de vork aan de steel zit. Hommeles is dan gegarandeerd.  Als je echter kijkt met welke snelheid bepaalde regio’s in Europa vandaag omschakelen van traditionele landbouw naar biolandbouw, dan zou hij minder snel zo’n term verdienen.

Holzer vertelt uitbundig. Bovendien heeft hij niet stilgezeten als kind, hij ondernam. Hij plantte zelf bomen, hij verplantte kruiden, hij werkte in de tuin, hielp bij het bereiden van het eten, … Zoals alle kinderen stal hij met zijn ogen, maar opmerkelijk,  hij onthield het zeer precies. Bij alles wat hij deed, keek hij telkens  nauwlettend naar de gevolgen van menselijke handelingen, en indien nodig, corrigeerde hij, op basis van hoe de natuur werkt. Dat is alles. Zijn principes zijn gebaseerd op de werking van de natuur, die hanteert bij het bebouwen van het land. Zijn emotie is de kracht van zijn verhaal, zijn vertelkunde maakt het boeiend.

Voor wie op zoek is naar nieuwe theorieën, is dit boek niet geschikt.  En toch wordt dit boek, en de permacultuur, terecht,  ruimschoots gewaardeerd. Zijn aanpak wordt best geïllustreerd met een voorbeeld, zoals fruitbomen. Traditioneel een voorbeeld van zorgvuldige selectie, planten met wortelbescherming en steunpaal,  vakkundig snoeien, nauwgezet maaien, bestrijden van ongedierte en kankers, bemesten, … Pas afgestudeerd startte Holzer op dezelfde wijze bij enkele klanten. Reeds na één jaar liep het op diverse plaatsen slecht af, en hij reageerde onmiddellijk. Geen groot gat, geen kunstmest, omheen de boom mulch leggen en enkele stenen (verzwaren van de wortelkluit, condenswater, en habitat voor bodemdieren), bodemverbeterende planten zaaien in de onmiddellijke nabijheid van de boom. Niet snoeien zorgt er voor dat de takken hun veerkracht behouden, en onder hun eigen gewicht uit elkaar gaan hangen, waardoor het zonlicht tot diep in de boom kan doordringen.  En tot slot voegt  hij er aan toe dat hij spijt heeft dat hij niet eerder op grotere hoogte boven de zeespiegel fruitbomen heeft aangeplant. Ze groeien trager, en vooral bloeien later, maar zorgen voor bv. kersen in de late zomer of vroege herfst. Leuk als spreiding doorheen het jaar, maar vooral voegt hij er fijntjes aan toe dat de prijzen dan veel beter zijn. Opmerkelijk is de aandacht die hij besteed aan het enten: cruciaal voor fruitbomen, en hij doet het nauwgezet, uitvoeriger en met heldere tekeningen.

Het boek bevat zes hoofdstukken. In ‘landschapsarchitectuur’ behandelt hij de inrichting van zijn tuin en velden, bijna naadloos overlopend in een groot natuurgebied. Boeiend, want hij beschikt over een stevige oppervlakte (meer dan 50 ha), én een mooie helling, én een natuurgebied. Gevolg, bijna alle Vlamingen kunnen zijn principes nauwgezet volgen, hem bijna perfect imiteren is wellicht voor bijna niemand mogelijk in Vlaanderen.  Daarna gaat hij in alternatieve landbouwmethoden, fruitlandschappen , het kweken van paddenstoelen (ook een idee waar Gunter Pauli graag mee uitpakt; link bespreking blauwe economie). In het deel over tuinen vertelt hij naar hartenlust over zijn ervaringen als kind, gaat in uitvoerig in op een aantal kruiden en hun voordelen, en voegt nog een aantal recepten toe. In het hoofdstuk “projecten” belicht hij enkele projecten van welstellende klanten. Holzers aanpak is vergelijkbaar met wat Pedro Parra doet voor de grootste wijnmakers. Ook hij reist de wereld rond en adviseert, en ook hij maakt het schijnaar onmogelijke mogelijk, louter door zeer goed te analyseren, te kijken en na te denken. Zijn Clos de Fous (de naam is een bewuste keuze !) in Chili illustreert dit; welke bodem, welke ondergrond, hoe is het reliëf, de windrichtingen, het klimaat, de topografie, de neerslag, de druivensoort, de kloon, welke oriëntatie voor de planten, … En beiden slagen. Opmerkelijk voorbeeld van Holzer is dat hij zijn principes ook met succes toepast op de zure veengrond van een Schots heidelandschap. Een sterk staaltje ! 

https://janvanarkel.nl/holzers-permacultuur/

donderdag 26 april 2012

Groen in de stad

 



B. Haverkamp, P. Croes,

 

De auteurs laten via beelden voelen hoe je een stedelijke tuin of tuintjes inricht. Ze geven een esthetische inkijk op hun werk.

Stads- en daktuintjes inrichten is soms een hele klus. Als je geluk hebt, heeft de vorige bewoner de ruimte mooi opgeruimd. Het lijkt allemaal zo eenvoudig: stenen er uit, teelaarde er in, wat bloemen zaaien, bollen planten, enkele vaste planten, en dan liefst één en enkele zetels. Maar is het zo eenvoudig?

Bart Haverkamp en Pieter Croes hebben hun werk van een tiental jaar gebundeld in een boek. Wat meteen opvalt, is dat de vorm centraal staat. Geen toeval dus dat ze een fotografe onder de arm namen, nl. Sarah Blee. De foto’s zijn uitstekend; in combinatie met de lay out kan je enkel het begrip “mooi” hanteren. Piet Raemdonck, zorgde voor enkele schilderijen, of veeleer  een kleurfestival. Omschrijf je zijn kunst met begrippen als kleur, weelderig, geschakeerd, spontaan, dartel, en gelijktijdig geordend in een kader, dan is de stap naar de ontwerpen  snel gezet.

Als er één begrip centraal staat, dan is het vorm. Het boek biedt een onthullende inkijk in 22 projecten. Ze zijn niet geordend volgens tijd, noch volgens oppervlakte of ligging. Ze volgen elkaar op in een spontane ritmiek. Naast foto’s en een habbekrats tekst vind je soms enkele schetsen. De foto’s brengen ook delen van de woning en/of omgeving in beeld, net als de overgang naar de tuin. Kenmerkend is dat je geen opsomming krijgt van “3 daktuintjes, één patio, één tuin met zwembad, lang stuk straat, …”, maar een overzicht van compacte beelden. Variatie is er genoeg, want ze hebben ze zich niet enkel toegelegd op het miniscule stadstuintje. Ook de riante tuinen, historisch en nieuw, groot en klein, werden aangepakt. Als het enigszins lukte, werd er steeds minimaal één boom geplant.

Verwacht dus geen boek met handige tips over de aanleg van een daktuin, noch over het onderhoud. Je vindt dan ook maar een beperkte hoeveelheid tekst, en weinig pleidooien over goed en slecht, en nog sterker, weinig verbale pleidooien waarom hun  ontwerp goed is.  Maar als je wil dromen over je daktuin, patio, …, is er inspiratie in overvloed. “Kleur in de vorm en vorm in de kleur”.

https://www.lannoo.be/nl/groen-de-stad