Rivieren stromen, en bereiken de zee. Een massa kuierende waterdruppels, bergaf, bergaf en bergaf. Tot zoet gedwongen zout ontmoet. Behalve, de Okavango. Zand velt zoet en zout wordt onbereikbaar. De stroom stopt, waterdruppels zoeken en vinden ruimte, een oase ontstaat, een overweldigende delta, sprankelend divers. Net alsof de tijd stopt, en de ruimte ontstaat.
vrijdag 3 november 2017
Hoeveel is genoeg
donderdag 12 oktober 2017
De akkers van pandora
Spencer Wells
Spencer Wells is geneticus en antropoloog. Een wetenschapper
in hart en nieren, die graag over de muurtjes van zijn vakgebied kijkt, precies
analyseert, een mening vormt en die graag vertelt. Bovendien kijkt hij ook
graag naar andere onderwerpen zoals moraal en ethiek. Hij brengt alles samen en
geeft de krachtlijnen voor een toekomstige samenleving.
Spencer Wells schept snel duidelijkheid. “De grootste
revolutie van de afgelopen vijftigduizend jaar menselijke geschiedenis was niet
de opkomst van internet, de industriële revolutie, … de verlichting, … de
navigatie over lange afstand, maar het moment waarop enkele mensen op
verschillende plekken ter wereld besloten te stoppen met het verzamelen van
eetbare planten, en dus ophielden onderworpen te zijn aan de grenzen die hun
waren gesteld door de natuur, en in plaats daarvan hun eigen voedsel gingen
verbouwen”. De kern van zijn betoog en meteen ook het uitgangspunt voor de
oplossing van terrorisme, pandemieën, klimaatverandering, … Deze
gedragswijziging heeft alle (technologische) innovaties mogelijk gemaakt: de
significante genetische veranderingen aan de gewassen, de domesticatie van de
dieren, de ontwikkeling van complexe irrigatiesystemen, de opkomst van de
steden en de gelaagde vormen van overheidsbestuur.
Spencer Wells is een verhalend wetenschapper. Hij is erg
belezen en laat de lezer graag kennis maken met andere wetenschappers en hun
werk. Het is markant hoe precies hij die verwijzingen in zijn eigen verhaal plaatst.
Zijn redeneringen zijn stapsgewijs en minutieus. Hij leidt je binnen in de
wereld van Pritchard, het cytochrome P-450 gencluster, fysieke kenmerken van
mannen en vrouwen in elke belangrijke historische periode, aquacultuur als
landbouwmethode, de strontium-calciumratio in botten, polyploïde planten, junk
DNA, het FOXP2-gen, … In zijn vakgebieden (genetica en antropologie) is hij erg
geloofwaardig. Hij kiest een denklijn én een vertellijn en knipt alle ballast
uit zijn verhaal. Een erudiete snotaap. Verhalend is hij sterk. Je kan bv.
lezen waarom mensen in het Neolithicum naar een tandarts gingen, hoe dat
verliep, waarom dat noodzakelijk was, wat ze dus aten en hoe ze zich gedroegen.
En dat allemaal op basis van een vondst van een kies in Mehrgarh (Pakistan). Of
je leest bv. waarom welke indianen diabetesgevoelig zijn.
Centraal in zijn redenering staat de transgenerationele
macht, de macht die je hebt als individu om, bewust of onbewust zowel je directe of indirecte nakomelingen als hun
leefomstandigheden te sturen. Maar ook de omgeving kan in dit proces sturend
zijn. Hij illustreert dit niet enkel met een verdwaald colaflesje van 60 jaar
geleden, maar ook met de effecten van sikkelcelanemie, de mogelijkheden om
embryo’s zelf te boetseren en met effecten van een vroegere klimaatverandering
op de mensheid. Juist omdat de actuele CO2-emissies nog minstens
1000 jaar effect zullen hebben op onze leefomgeving waagt hij zich aan
voorspellingen. De oplossing? Met zijn allen minder willen. Helder door zijn
eenvoud, maar moeilijk haalbaar.
Als hij een
honderdtal pagina’s uit het boek wegknipt, wordt het verhaal sterker,
geloofwaardiger, minder voor discussie vatbaar en minder kwetsbaar. Maar als
wetenschappers altijd in hun eigen loopgraaf blijven zitten, daalt de
maatschappelijke dynamiek. Kortom, een boeiend verhaal. Jammer dat Spencer
Wells wat drammerig (redden van de ondergang) overkomt als hij buiten zijn
eigen vakgebieden wandelt. Zijn ongerustheid over onze toekomst is zeer intens,
met een sprankeltje hoop. Juist dat laatste was inspirerend voor de titel.
Een uitgave van atlas contact, niet meer beschikbaar bij de
uitgever, wel bij sommige boekhandels.
https://www.goodreads.com/nl/book/show/8551926-de-akkers-van-pandora
vrijdag 6 oktober 2017
Het zwarte goud wordt groen
Het zwarte goud wordt groen, energie na piekolie en Fukushima
Johan Braem
Johan Braem heeft jaren stapels documenten van overheden
maar vooral van alle grote mondiale energiespelers uitgevlooid. Hij heeft de
cijfers geschikt, herschikt, en berekeningen toegevoegd. Hij heeft analyses
gemaakt en een verhaal neergeschreven.
Het boek ademt de sfeer uit van een rapport. Het is zakelijk
qua inhoud en nuchter qua stijl, ook bij de voorspellingen. De schaal is
mondiaal. De kracht van het boek is de ontsluiting van een berg cijfers in een
toegankelijk verhaal. Eerst gaat hij in op het wereldwijde energieverbruik,
daarna behandelt hij de belangrijkste energiebronnen apart (olie, aardgas,
steenkool kernenergie, windenergie, zonne-energie, andere energiebronnen,
elektriciteit). Voor de bespreking reikt hij een enorme hoeveelheid cijfers en
grafieken aan. Zijn boek bevat 67 figuren en 33 tabellen. Daarna volgt het
besluit. Hij rondt het geheel af met een doorlichting van 26 belangrijke
energiebedrijven, zoals bijvoorbeeld BP, Gazprom, Lukoil en ENI. Telkens geeft
hij een reeks vergelijkbare cijfers en een beknopte bespreking.
We moeten zuiniger zijn met ons energieverbruik. Het is
gewoon een kwestie van tijd alvorens de toenemende vraag naar energie de
besparing door zuinigere gebruikers zal overstemmen. De echte oplossing is dat
elektriciteit gebruikt wordt als enige energiedrager (transport en verwarming).
Voor de productie van elektriciteit worden zo weinig mogelijk fossiele
brandstoffen gebruikt. Hernieuwbare
energie vraagt zo’n gigantische investeringen dat ze zeker ontoereikend zullen
zijn voor het bereiken van gewenste elektriciteitsproductie.
Gevolg is dat de hulp van kernenergie en fossiele
brandstoffen nodig zal blijven. Een verhoging van de aardgasproductie kan
alvast de CO2-uitstoot doen dalen, zeker indien er minder steenkool zal worden
gebruikt. Maar, net China en de USA beschikken over grote voorraden steenkool.
Bovendien zijn steenkoolinstallaties niet zo makkelijk te wijzigen en is
steenkool relatief goedkoop. De druk om steenkool minder te gebruiken kan dus
enkel vanuit milieuhoek worden verwacht. Kernenergie kampt onder meer met de
beperkte beschikbaarheid van uranium. De kernramp in Fukushima leidt weliswaar
tot een aantal sterke beslissingen, maar, Tsjernobyl leert dat dit slijt.
Hydro-elektriciteit is geografisch beperkt, windenergie is overal inzetbaar,
maar heeft een onstabiele productie, net als zonne-energie. Bovendien,
megazonneparken creëren een nieuwe geografische afhankelijkheid.
De cijfers gebruikt hij om mechanismen bloot te leggen en
tendensen te duiden. Op die manier kan het boek makkelijk worden gebruikt als
naslagwerk (voorkomt dat je zelf al die rapporten moet doorworstelen), én als
toetssteen voor fragmentaire berichten. Zijn evaluaties zijn pragmatisch en
strak logisch. Hij gaat er van uit dat de maatschappij geld verkiest boven
milieu. Hij zegt regelmatig waar het op staat, en spreekt bv. over besluitloze
klimaatconferenties, duidt alternatieve energie als “te duur”, noemt subsidies
een bedrieglijke vorm van hulp, stelt
dat het toekomstige olieverbruik flink onderschat wordt (vooral van China !),
stelt luidop vragen over de formele oliereserves, … Nu en dan maakt hij
verwijzingen naar het verleden, bv. bij het aandeel van de diverse brandstoffen
in het totale verbruik wijst hij op de terugkeer naar het verleden als het
aandeel biobrandstoffen toeneemt, door bij elektrische auto’s de
batterijverhuurplaatsen te vergelijken met postkoetswissels, … Telkens hoedt hij zich voor emotie, en legt
zich toe op feiten.
“The facts, nothing but the facts”.
Juni 2012, geredacteerd
Niet meer beschikbaar bij de uitgever
dinsdag 30 september 2014
Natuur vanuit de hemel
Natuur vanuit de hemel, de mooiste natuurgebieden van België
Opmerkelijk. Zaterdag 28 juni 2014 in Sabato, het
weekendmagazine van De Tijd, aandacht voor natuur. En dat in het exclusieve
nummer over Knokke. Ronduit een mijlpaal voor het natuurbehoud in Vlaanderen.
Dit huzarenstukje schrijf je best op het conto van Wouter Pattyn. De afgelopen
jaren keek hij neer op Vlaanderen. Niet zo maar overal en nergens. Nee, hij
zocht mooie natuurplekken, dus ook het
Zwin en keek dus ook neer op “de natuurtuin van Mijnheer Lippens”. Resultaat:
hij landde in de Sabato, merkwaardig.
Met het boek “Natuur vanuit de hemel. De mooiste
natuurgebieden in Vlaanderen” realiseerde Wouter Pattyn zijn jongensdroom.
Mannen die hun jongensdromen kunnen realiseren zijn heel gelukkig. Bovendien
zetten ze meestal een uitstekend resultaat neer. Denk maar aan de horde mannen
die jaren al hun vrije tijd (en geld!) besteden aan één auto die daarna onder
een glazen stolp belandt en gekoesterd wordt. Wouter Pattyn is een bevlogen
natuurfotograaf. In zijn nieuwste boek kiest hij, als fotograaf, uiteraard voor
mooie foto’s. Foto’s vanop lage hoogte van natuur van uitmuntende kwaliteit, in
Vlaanderen. Waterpartijen als verstrooide, onzorgvuldige gevormde, letters in
het landschap, slingerde, meanderende, uitwaaierende rivieren, verdwaalde bomen
als fout ingekleurde stippen, … Mooi. Heel mooi. Verbazend. En binnen
handbereik.
Internationaal kan je met een dergelijke publicatie
natuurlijk niet omheen Yann Arthus-Bertrand, zeker niet omheen de aarde vanuit
de hemel. Hij was en is niet enkel inspirerend, bovendien nemen de mogelijkheden
voor luchtfotografie, vooral relatief lage hoogte, snel toe. Het is dus geen
toeval dat vandaag in Vlaanderen een dergelijk boek beschikbaar is. In Nederland
bv. besteedde de VPRO veel energie aan de voorbereiding en uitwerking van de
reeks “ Nederland van boven”. Geert Rozinga, eindredacteur en programmamaker,
vertelde dat, na evaluatie, werd gekozen voor herhaling, verbetering en
verdieping van de vier jaar eerder gemaakte reeks. Centraal stond het idee om
in beeld te brengen hoe met in Nederland leeft. In het kielzog van het succes
van de reeks lanceerde een uitgeverij een boek geïnspireerd op de TV-reeks.
Wouter Pattyn werkte ruim twee jaar aan het project,
bengelde aan touwtjes in de lucht, genoot van weer en wind en vooral het licht,
was genoodzaakt enkele malen zijn planning ondersteboven te keren, praatte met
velen, … Hij was, terecht, selectief in het aantal gebieden, 18. Naast de
foto’s vind je telkens een interview met iemand die het gebied kent en
koestert. De tekst is tevens een beknopte situering van het fraais dat volgt.
Belangrijk voordeel is dat de inhoud en beeld samenvallen, dat Pattyn weet
welke gebieden hij best kiest, met wie hij praat en wat op de foto’s moet
staan. Pattyn heeft een niche ingevuld en een uniek boek gemaakt. Hij verdient
een plaats naast het boek “landschappen in Vlaanderen vroeger en nu, van groene
armoede naar grijze overvloed” van Vanhecke L., Charlie G. en Verelst, L.
(1981), waarin tal van oude opname van Massart werden opgenomen en als
referentie werden gebruikt.
Voor het project werkte hij samen met de Vlaamse overheid
(Agentschap voor Natuur en Bos, ANB, de Vlaamse Landmaatschappij, VLM) en
Natuurpunt. Door de uitzonderlijk goede prijs-kwaliteitsverhouding is het boek
“een koopje”.
Het boek heeft ook een “klein broertje”, althans zo lijkt
het met het boek “adembenemend België, verassende natuur”. Het zijn de 15 gebieden,
waarvan drie in Wallonië. Eén gebied ontbreekt bij “grote broer”. Hoewel de
inhoudelijke relatie intens is, zijn het twee aparte, zelfstandige producten.
Uiteraard komen tal van de foto’s in beide boeken, alleen de verschillen zijn
treffend. Papierkeuze, format, afwerking, grootte van de foto’s,… terechte
verschillen. Het boek biedt houvast voor de wandelaar, bevat tal van concrete
informatie, zoals wandelingen,
openingsuren van centra enz., maar ook een stukje achtergrondinformatie. Handig
en correct.
https://www.lannoo.be/nl/wouter-pattyn
https://www.lannoo.be/nl/adembenemend-belgi%C3%AB-verrassende-natuur
woensdag 2 april 2014
Groenten in potten
Ruimte is een schaars goed, vraag het maar aan bewoners van
appartementen. De ruimte die meestal het meest zorgvuldig wordt ingericht, is
het terras. Het gebruik van elke vierkante centimeter wordt overwogen. Een
ligzetel, een tafel, stoelen, bloemen, …, maar waarom geen groenten? Groenten?
Op een terras? In je ene hand een koele
cocktail, terwijl je met je andere hand verse groenten oogst. Kan dat?
Velt liet er geen gras over groeien en startte een nieuwe
campagne met als titel “groenten in potten”. Velt streeft naar een gezond leven
op het ritme van de seizoenen, met respect voor de natuur. De afgelopen jaren
werd al vanuit verschillende hoeken duidelijk gemaakt dat een groentetuin niet
echt veel plaats vereist. Het gebruik van de invalshoek “potten” maakt het erg
beheersbaar en makkelijk bruikbaar voor iedereen. Zelfs met één pot kan je al aan
de slag.
Velt heeft alles gebundeld in een brochure van welgeteld 48
pagina’s, weliswaar van 16,5 cm op 16,5
cm. Handig. Er staat enkele foto’s in, maar vooral heel wat praktische
informatie. Je kan tot 20 verschillende potten met groenten telen, zoals bv.
sla, peterselie, veldsla, boontjes, rode biet, wortel, plantui, tomaat,
courgette, aardbei, wilde venkel, ... 36 groenten in totaal. De aangereikte
informatie is héél praktisch, en to the point. Hoe zaai je, plastic of stenen
potten, drainage van potten (bv. met wijnkurken), de grootte van de pot, hoe
maak je potgrond, wat doe je bij hitte
(bv. zet een parasol), extra voeding vereist of niet, wat als je op reis gaat,
… In het tweede deel volgt een opsomming per pot, met telkens één of enkele
groenten die je samen kan plaatsen. Voor elke groente vind je een zeer korte
beschrijving, aangename rassen, de zaaiafstand, de zaaidiepte, de kiemtijd en
een oogsttip. Tot slot vind je een zaai-, plant- & oogstkalender, per pot
en per groente.
Het werd uitgegeven in 2012 en kreeg een update in 2014.
donderdag 23 mei 2013
The Botanic Garden of Brussels
The Botanic
Garden of Brussels (1826-1912): Reflections of a Changing Nation
D. Diagre-Vanderpelen
Een collectorsitem met
authentieke prenten om je vingertoppen over te laten glijden.
Even helder zijn, het boek behandelt DE plantentuin, ronduit
uniek. Gelegen in de (langgerekte) schaduw van het atomium, met zijn fabuleuze
serrecomplex als publiekstrekker. Je vindt er meer dan 18.000 plantensoorten. Het
oorspronkelijke gebouw op de originele site wordt veelal “Bota” genoemd, het koosnaampje
voor het culturele centrum van de Franstalige gemeenschap, het sierlijke gebouw
met tuin, centraal in Brussel, net aan de rand van de vijfhoek. Argeloze
toeristen worden er, misleid door een taxichauffeur, gedropt, stadskuieraars
vinden verpozing in de tuin, journalisten ervaren het als een heerlijk plekje
voor interviews, en gedreven cultuurzoekers vinden er dans, theater, concerten,
… De Nationale Plantentuin vond inmiddels onderdak in Meise.
Vrijdag 7 december 2012 vergaderden de ministerraad van de
Vlaamse en de Franse gemeenschap samen in Namen. Hét opvallendste besluit was
zonder twijfel dat de plantentuin van Meise wordt toevertrouwd aan Vlaanderen.
Het was al eens afgesproken, in 2001, en opgenomen in de Lambertmontakkoorden,
maar het was wachten op uitvoering. Belangrijkste hinderpaal was het taalkader
van het personeel, belangrijkste resultaat is dat er een gesprekspartner is. Iedereen
wenst uiteraard dat de waardevolle en beroemde collectie intact blijft, maar
inspanningen zijn vereist. Vooral de lamentabele toestand van sommige serres is
zorgwekkend.
Wellicht hing het akkoord al een poos ‘in de lucht’, want
bij het begin van de herfst pakte de Nationale Plantentuin uit met “er groeit
iets in Meise”. Niet enkel qua tijdstip een doordenker. Er werd een boek
voorgesteld over de historiek, eerst in het Engels, inmiddels volgde een versie
in het Frans. Een Nederlandstalige uitgave is niet voorzien.
Denis Diagre-Vanderpelen werkt als onderzoeker en archivaris
bij de Nationale Plantentuin van België. Zes jaar geleden behaalde hij een
doctoraat met een historisch onderzoek over de Nationale Plantentuin, op de
originele site, hartje Brussel. De titel is deels misleidend. In de titel werd
uitdrukkelijk 1912 vermeld, in het boek werd een deel toegevoegd over de
historiek na 1912. De Nationale Plantentuin heeft een uitstekend archief, waar
kon worden uit geput.
De Nationale Plantentuin startte als droom van de sociale
elite van de negentiende eeuw en bevatte drie elementen: grote serre, mooie
tuin en exotische planten. Napoleon was nog maar net buiten, en er werd
gestart, kort voor de onafhankelijkheid van België. Leuk aan het boek is zonder
twijfel de aandacht voor de context, hoe zit de maatschappij in elkaar en welke
invloed heeft dit op de Nationale Plantentuin. De tekst heeft een intense
aandacht voor detail, zonder het globale beeld uit het oog te verliezen. Vergis
je niet, er staat héél veel informatie in het boek. Opvallend is dat het harken
naar geld en het zoeken naar zekerheden de hele geschiedenis hebben gespeeld.
Iets vertellen over een Belgisch kroonjuweel (inmiddels toevertrouwd aan
Vlaanderen), gesteund door vorst, staat en bourgeoisie, zonder een uitstap naar
Congo, is niet mogelijk, zeker niet als planten het object zijn.
Als je van vluggertjes houdt, biedt het boek een rijke
collectie van prenten, gaande van orchideeën, plannen, plantenverzamelaars,
namenlijsten, portretten, een plantencatalogus, plantenlijsten van
verzamelaars, ingehuurd door de Belgische staat, een uittreksel uit de kaart
van Vandermaelen (1844) met de Zenne als kronkelende, open rivier doorheen
Brussel, … Om te illustreren hoe mooi zo’n prenten zijn, vooral als ze
origineel zijn, werd op de cover (zowel voor- als achterzijde) een prent
gebruikt met een bruine vlek op. Lef van de uitgever, en sporadisch
vertwijfeling bij de lezer.
https://shopbotanicgarden.be/The-botanic-garden-of-Brussels-(1826-1912)-p-31-c-21_50.html#fp
woensdag 3 april 2013
Holzer's permacultuur
Sepp Holzer
Een geboren verteller, die graag onderneemt, daarna kijkt
en overdenkt, en tot slot zijn handelingen
aanpast aan de werking van de natuur.
En wat oudere kerel, rond gezicht, hoed, op de voorgrond
tussen een schijnbare chaos van bloemen, groenten en struiken, een krop sla in
de ene hand, en een (gloednieuwe) mestvork in de andere, kijkend in de lens.
Een pose. Holzer wordt naar voor
geschoven als de founding father van de permacultuur, of beter, hij schuift
zichzelf naar voor.
Holzer kreeg vroeger
in Oostenrijk de naam “boerenrebel”. Waarom? Hij dacht zelf na en zocht
verklaringen, stelde vast dat in de traditionele landbouwtechnieken er vanalles
fout liep en vertelde openhartig hoe de vork aan de steel zit. Hommeles is dan
gegarandeerd. Als je echter kijkt met
welke snelheid bepaalde regio’s in Europa vandaag omschakelen van traditionele
landbouw naar biolandbouw, dan zou hij minder snel zo’n term verdienen.
Holzer vertelt uitbundig. Bovendien heeft hij niet
stilgezeten als kind, hij ondernam. Hij plantte zelf bomen, hij verplantte
kruiden, hij werkte in de tuin, hielp bij het bereiden van het eten, … Zoals
alle kinderen stal hij met zijn ogen, maar opmerkelijk, hij onthield het zeer precies. Bij alles wat
hij deed, keek hij telkens nauwlettend
naar de gevolgen van menselijke handelingen, en indien nodig, corrigeerde hij,
op basis van hoe de natuur werkt. Dat is alles. Zijn principes zijn gebaseerd
op de werking van de natuur, die hanteert bij het bebouwen van het land. Zijn
emotie is de kracht van zijn verhaal, zijn vertelkunde maakt het boeiend.
Voor wie op zoek is naar nieuwe theorieën, is dit boek niet
geschikt. En toch wordt dit boek, en de
permacultuur, terecht, ruimschoots
gewaardeerd. Zijn aanpak wordt best geïllustreerd met een voorbeeld, zoals
fruitbomen. Traditioneel een voorbeeld van zorgvuldige selectie, planten met
wortelbescherming en steunpaal,
vakkundig snoeien, nauwgezet maaien, bestrijden van ongedierte en
kankers, bemesten, … Pas afgestudeerd startte Holzer op dezelfde wijze bij
enkele klanten. Reeds na één jaar liep het op diverse plaatsen slecht af, en
hij reageerde onmiddellijk. Geen groot gat, geen kunstmest, omheen de boom
mulch leggen en enkele stenen (verzwaren van de wortelkluit, condenswater, en
habitat voor bodemdieren), bodemverbeterende planten zaaien in de onmiddellijke
nabijheid van de boom. Niet snoeien zorgt er voor dat de takken hun veerkracht
behouden, en onder hun eigen gewicht uit elkaar gaan hangen, waardoor het
zonlicht tot diep in de boom kan doordringen. En tot slot voegt hij er aan toe dat hij spijt heeft dat hij
niet eerder op grotere hoogte boven de zeespiegel fruitbomen heeft aangeplant. Ze
groeien trager, en vooral bloeien later, maar zorgen voor bv. kersen in de late
zomer of vroege herfst. Leuk als spreiding doorheen het jaar, maar vooral voegt
hij er fijntjes aan toe dat de prijzen dan veel beter zijn. Opmerkelijk is de
aandacht die hij besteed aan het enten: cruciaal voor fruitbomen, en hij doet
het nauwgezet, uitvoeriger en met heldere tekeningen.
Het boek bevat zes hoofdstukken. In ‘landschapsarchitectuur’
behandelt hij de inrichting van zijn tuin en velden, bijna naadloos overlopend in
een groot natuurgebied. Boeiend, want hij beschikt over een stevige oppervlakte
(meer dan 50 ha), én een mooie helling, én een natuurgebied. Gevolg, bijna alle
Vlamingen kunnen zijn principes nauwgezet volgen, hem bijna perfect imiteren is
wellicht voor bijna niemand mogelijk in Vlaanderen. Daarna gaat hij in alternatieve
landbouwmethoden, fruitlandschappen , het kweken van paddenstoelen (ook een
idee waar Gunter Pauli graag mee uitpakt; link bespreking blauwe economie). In
het deel over tuinen vertelt hij naar hartenlust over zijn ervaringen als kind,
gaat in uitvoerig in op een aantal kruiden en hun voordelen, en voegt nog een
aantal recepten toe. In het hoofdstuk “projecten” belicht hij enkele projecten
van welstellende klanten. Holzers aanpak is vergelijkbaar met wat Pedro Parra
doet voor de grootste wijnmakers. Ook hij reist de wereld rond en adviseert, en
ook hij maakt het schijnaar onmogelijke mogelijk, louter door zeer goed te
analyseren, te kijken en na te denken. Zijn Clos de Fous (de naam is een bewuste
keuze !) in Chili illustreert dit; welke bodem, welke ondergrond, hoe is het
reliëf, de windrichtingen, het klimaat, de topografie, de neerslag, de
druivensoort, de kloon, welke oriëntatie voor de planten, … En beiden slagen.
Opmerkelijk voorbeeld van Holzer is dat hij zijn principes ook met succes
toepast op de zure veengrond van een Schots heidelandschap. Een sterk staaltje
!