donderdag 26 november 2020

Berichten uit de vallei

 




Berichten uit de vallei, natuurlogboek

Stefan Brijs

Stefaan Brijs woont al een vijftal jaar in de buurt van Malaga. Al snel schreef hij zijn eerste boek over zijn omgeving, met aandacht voor het uitzicht en het landschap, de politiek en de gebruiken. Hij bundelt zijn ervaringen per maand, beginnend met oudjaar. Hij brengt vooral in beeld wat anders is, wat vragen oproept, wat verwondering wekt. Inmiddels heeft hij een tweede boek gepubliceerd over zijn omgeving. In de nabijheid van zijn woning heeft hij een schrijfhut. Hij beschrijft wat hij ziet en hoort, en ook wat hij ruikt en voelt.

Brijs is een attent waarnemer, een échte liefhebber van natuur, die spontaan verwonderd kan zijn, die graag weet en zich ongemakkelijk voelt bij het “niet-kennen”, en bovendien een briljant taalvirtuoos. Resultaat? Zuiver genot voor een taal- en natuurliefhebber, in de échte betekenis van het woord: iemand die lief heeft. Stukjes tekst citeren zou hem te kort doen, zeker zijn natuurbeschrijvingen. Intrigerend zijn bijvoorbeeld zijn gedreven zoektocht naar bijeneters, zijn verhaal over flamingo’s, het kraanvogelconcert en ga zo maar door. Hij gaat regelmatig op pad in de buurt en beschrijft dit nauwgezet.  Maar ook zinnen zoals “er is iets aan de hand met de agaves” en dan volgt een zoektocht. Hoe gedreven hij kan zijn in zijn zoektochten naar informatie kwam uitstekend tot uiting in De Engelenmaker (2005) en Post voor mevrouw Bromley (2011). Uitgevlooid, overdacht, prachtig geschreven en met een schitterende spanningsboog.

Het is een schijnbaar kabbelend boek. Een fluitende vogel op een elektriciteitsdraad, een kikker in de skimmer van een zwembad, een bijeneter in een wand, een zwaluw die jaarlijks hetzelfde nest betrekt, een torenvalk die jongen op de wereld zet, … Hij neemt waar en noteert, maakt dus een logboek en schrijft zalig. Hoewel het geen écht dagboek is, duiken regelmatig persoonlijke stukjes informatie op. Het boek valt uiteen in vier delen, één per seizoen. Het start met de zwaluwen die de lente aanreiken en eindigt met de terugkeer van de eerste zwaluw. Maar, gelukkig, dit is maar een stuk van het verhaal. Ook de sluipende wijzigingen in zijn nabije en ruimere omgeving komen aan bod. Merkwaardig, hij is oprecht blij met de kleine dingen van (elke) dag.

Natuur moet wijken voor landbouw: olijven, aardbeien (meestal in plastic kassen), mango’s en waterslurpende avocado’s. Als de oprukkende graafmachines ook de rotspartijen in zijn nabije omgeving platleggen, loopt hij zijn schrijfhut uit en voorkomt dat het allerlaatste stukje verdwijnt. Hij documenteert het verlies aan natuur, zoekt nauwgezet data over neerslag en waterstanden, beschrijft de voorkeur voor inkomsten (vooral landbouwinkomsten) en plaatst het geheel in zijn context. De natuur wordt bedreigd door de mens en dat leidt, met zeer hoge snelheid, tot verlies aan kwaliteit én kwantiteit van natuur. Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies zijn twee gelijklopende processen. Het grote verhaal van Rockström vult hij heel concreet in. Hij vertelt het lokale, kleine verhaal en plaatst het in het grote, mondiale verhaal.

Dromen over zonnigere bestemmingen doen we graag. Er gaan wonen lijkt voor velen nog aanlokkelijker. Brijs nam de beslissing, verliet Vlaanderen en verkoos de buurt van Malaga. Zon, zee, bergen, natuur, zon, stilte, uitzicht, rust en huis met zwembad. Wat wil je nog meer? Hij sluit het boek af met een “nagekomen bericht”. Hij beschrijft een trip naar de Extremadura op zoek naar kraanvogels en naar twee zeldzame vogelsoorten, de kleine trap en de grote trap. Hij geniet, met wat geluk, van een gigantisch kraanvogelconcert en bespeurt uitzonderlijk enkele kleine trappen. Een grote trap vindt hij niet. Hij ontmoet een bioloog die vertelt over de teloorgang van de kleine trap de afgelopen 20 jaar, hoe er duizenden waren en er nu nog maar enkele overbleven. En hij sluit af met “vervang kleine trap door grutto” en dit verhaal situeert zich in Nederland”. Verwondering en teleurstelling in één boek.  

  

https://www.atlascontact.nl/boek/berichten-uit-de-vallei/

https://www.atlascontact.nl/boek/andalusisch-logboek-2/

Hypernatuur

 



Hypernatuur, planten met het oog op de toekomst, Cor van Gelderen en Wouter van der Tol

 

De openingszin bevat de essentie: “een tuin draait voor mij om ontroering”.  Verder staat in het woord vooraf dat de auteurs veel vaker écht geraakt werden door de ongewone schoonheid en harmonie in tuinen en parken dan in de natuur. “Hypernatuur” gaat over de mens die zijn best gedaan heeft om bijzondere natuur te scheppen. Cor van Gelder groeide op in een plantenkwekerij. Zijn ouders waren echte “planten-lief-hebbers” en die attitude stuurde zijn leven. Met zijn vriend Wouter van der Tol, fotograaf, maakte hij dit boek. Ze zwierven samen door vele tuinen in Europa. Cor van Gelderen is lovend over de vakkennis van zijn vriend, een “fotograaf met een scherp oog voor compositie en spanning”. De aanpak is dikwijls “veeleer architecturaal”, ze kiezen beelden, beschrijvingen en foto’s op basis van vorm en kleur. Ze kiezen, gelukkig, niet voortdurend voor zonovergoten foto’s. De beelden tonen combinaties van planten, waarbij kleuren en hoogtes bepalend zijn, en dus niet het licht. Dat je er als lezer niet noodzakelijk opgewekt van wordt, nemen ze er maar bij. Bij elke foto wordt ook vermeld in welke tuin de foto genomen werd. Uiteraard beseffen de auteurs dat niet iedereen in zijn eigen kleine(re) tuin, stadstuin of daktuin, eenzelfde beeld en eenzelfde ontroering kan vinden. Vele grote tuinen zijn immers exclusieve tuinen.   

Het? hypernatuur vereist een gestructureerd ontwerpproces. Je laat ruimte voor toeval en ontwikkeling, maar het is toch zorgvuldig doordacht. Planten staan centraal in tuinen. Planten gedijen vooral als de omstandigheden optimaal zijn. Cruciaal is dan ook de kennis van de standplaatskenmerken van planten en de keuze van goede/de juiste planten. Planten afgestemd op de omstandigheden bieden ook het voordeel dat ze beter bestand zijn tegen hitte, droogte, wateroverlast … Op die manier draagt de keuze van de planten bij aan klimaatadaptatie. Om hypernatuur te kunnen laten ontstaan, is niet enkel belangrijk de planten goed te kiezen in functie van de standplaats, maar vooral om de planten onderling in balans te kiezen, naar een combinatie van planten met complementaire eigenschappen die het beplantingsbeeld versterken. Voor de auteurs is hypernatuur op die manier méér dan natuur an sich, het is bedachte, geboetseerde natuur.

Het boek telt 256 pagina’s, ongeveer A4-pagina’s, werkwoord? harde kaft en verzorgde opmaak. Het onderwerp is niet “natuur”, maar “cultuur”. Het boek bespreekt tuinen. Het boek is geen ecologisch boek. Het uitgangspunt verschilt erg van wat gangbaar is in het natuurbehoud (ecocentrisch). In dit boek speelt de mens speelt een centrale rol (antropocentrisch), en voegt die een extra dimensie toe aan de natuur: de mens voegt schoonheid toe. Ook wordt er geen aandacht besteed aan bijvoorbeeld het al of niet autochtone karakter van planten. Het is een bladerboek met veel foto’s, met een uitgesproken standpunt. Planten worden, op hoofdlijn, in twee groepen opgedeeld, nl. “licht” en “schaduw”. Er worden 160 schaduwplanten en 118 zonplanten gekozen, voorgesteld en besproken. De subtitel, “planten met het oog op de toekomst”, slaat vooral op de levensduur van de tuin. Het is dus geen boek waar je, uitgaande van de nakende klimaatverandering, een intens en verantwoord pleidooi vindt om de soortenkeuze in je tuin volledig aan te passen. Je leest dus niet dat je zomereik best vervangt door pakweg kurkeik. Er staan veel planten in die je niet spontaan in de natuur aantreft. De beschrijvingen van de planten bevatten informatie en de mening van de auteurs. De auteurs bekijken graag ook de minder traditionele tuinplanten. Achteraan wordt ingegaan op het ontwerp van tuinen. Ze schetsen enkel een aantal ontwerpprincipes, en laten dus nog veel vrijheid om er mee om te springen. Het is dus geen bundeling van recepten die je blindelings kan uitvoeren voor de aanleg van een tuin. Je vindt ook een lijst van planten, een register, en een lijst van te bezoeken tuinen in Nederland, België, Frankrijk, Engeland, Ierland en de Verenigde Staten. En tot slot, een lijst van 8 “helaas niet te bezoeken”, waaronder de privé-tuin van beide auteurs.

https://www.bornmeer.nl/winkel/hypernatuur/

De slimste vogelgids junior

 



De slimste vogelgids junior, Jan Rodts

 

In de inleiding vertelt Jan Rodts hoe hij als achtjarige snaak de natuur in trok en schetsen maakte. Een degelijke vogelgids ontbrak, en dat vindt hij jammer, vandaar dat hij schrijft “had ik maar een  vogelgids”. Er had beter gestaan, “had ik maar deze vogeldgids”.

Alweer een vogelgids. In 2019 lanceerde Houtekiet een vogelgids van Jan Rodts met een uitdagende titel, “de slimste”. Moet je durven. Rodts gaat er prat op dat je in zijn gids alle vogels van België en Nederland vindt. Is hij daarom de slimste? Nee, hij hanteert een andere indeling. Vele gidsen beschrijven vogels per land (bv. vogels van Nieuw-Zeeland), per biotoop (watervogels), gedrag (zangvogels, roofvogels, …) of verwantschap (meeuwen, …). Jan Rodts gebruikt de grootte van de vogel. Intussen is de vijfde druk verschenen en werden meer dan 15 000 exemplaren verkocht.

Vooral de foto’s met aanwijsstreepjes zijn handig. Vogelaars hebben immers/gelukkig een jargon met zeer nauwgezette omschrijvingen van ‘vogelonderdelen’, die niet voor elke leek helder zijn. Voorbeelden? Bandering, mantel, wangvlek, vleugelstreep, snorstreep, baardstreep, mondstreep, oogmasker, teugel, kinvlek, baret, handpenprojectie, … In de gids worden ze telkens zeer nauwgezet aangeduid op de foto. Zalig.

In het begin is het even wennen. Een lengtemaat is voor velen moeilijk te schatten, vogels vliegen niet met een liniaal rond, en de foto’s van kleine en grote vogels zijn even groot afgedrukt in de gids. Daarom worden de vogels in vijf groepen opgedeeld. Via een icoontje kan je zien hoe de vogel zich verhoudt ten opzichte van de kleinste en de grootste vogel van de groep.

De tekst is uiteraard afgestemd op de tekst van het de vogelgids die Jan Rodts vorig jaar publiceerde, maar is toegankelijker. Hier zijn 90 van de 192 daarin vermelde soorten geselecteerd. Op de tijdsbalk staat informatie over de aanwezigheid in ons land, de periode dat het nest gebouwd wordt, eieren gelegd worden, en de jongen uitgevlogen zijn. De tekst werd ingekort en qua taal afgestemd op de doelgroep. Ook enkele rubrieken, zoals de namen in andere talen en de beschermingsstatus, zijn niet opgenomen. Tussendoor vertelt hij ook voor die vogel kenmerkend gedrag en met welke andere vogels je die ene vogel kan verwarren. Soms staat er ook iets over het geluid/de zang. Over de eieren lees je, en dat is aangenaam, niets. Op die manier worden kinderen niet gestimuleerd om op zoek te gaan naar het nest en de vogels op het nest te storen.

 

http://www.houtekiet.be/boeken/p/detail/de-slimste-vogelgids-junior

http://www.houtekiet.be/boeken/p/detail/de-slimste-vogelgids

Alleen op avontuur

 



Alleen op avontuur, alles over wandelen in je eentje, Lidewey van Noord

Complexloos en openhartig. Ontdek en leef.

 “De KNNV uitgeverij is gespecialiseerd in unieke publicaties over natuur en landschap.”, een zin die steevast in elke KNNV-publicatie staat. Het boek “Alleen op avontuur, alles over wandelen in je eentje” van Lidewey van Noord is zo’n publicatie. Ze verhuisde naar Piemonte, wandelt en schrijft. Geen woord over Barolo, maar wel over haar ervaring om alleen op pad te gaan. Ze vertelt openhartig over het proces om angst te laten wegglijden en vertrouwen te (her)winnen. Wandelen als therapie.

 Velen trekken de wijde wereld in en schrijven er een boek over, de ene aansluitend op haar/zijn puberteit, de ander tijdens de midlife, en een derde als prepensioen.  Ilja Leonard Pfeijffer kocht zich een oude fiets, nam zijn vriendin onder de arm en fietste naar Rome. Tussendoor leerde hij hoe je naar de wereld kijkt, geniet, en stapsgewijs de wereld overwint. Fotograaf Michiel Hendryckx trok op zijn veertigste met een ezel op pad, ruilde onderweg noodgedwongen de ezel voor een tractor, en maakte pas in Griekenland rechtsomkeer. De (andere) ezel opende vele deuren die voor hem gesloten bleven. Anderen gaan op stap met hun jonge spruit en genieten van de ervaring samen. Niet enkel in de westerse wereld gaan filosofie en wandelen hand in hand, ook in de oosterse. Waarom steeds die omgeving, het ons omringende landschap, een rol speelde, deed Ton Lemaire ons lang geleden al uit de doeken. Ook in de bedrijfswereld is het hot om voor een korte periode alles achter te laten, en een spectaculaire wandeltocht van enkele dagen te maken in bv. Lapland (zie bv. het artikel in De Tijd van Sofie Vanlommel, De Tijd 3/10/20). Langer lukt niet, want het werk wacht niet.

 

Is dit het wandelboek te veel? Nee. Ergens achteraan in het boek staat het, de mens wandelt “van oudsher”. Voor de twijfelaars, Robert Macfarlane schrijft er graag over. Overal lezen we gelijkaardige boodschappen. Een zoektocht naar jezelf, herbronnen, bosbaden, natuur tot je nemen, lange wandelingen, gelukkig voelen, recht op ongelukkig zijn, verkennen, nieuwe horizonten, stapsgewijs, vernieuwend, confronterend, en ga maar door. Robert Moor vat dit mooi samen, “een oud pad draagt wijsheid in zich”

 

In dit boek vind je dezelfde boodschap. Belangrijk verschil, het is een persoonlijke, openhartige en complexloze getuigenis, met context. Er is dus een hemelsbreed verschil met het boek “Met Nietzsche de bergen in” van John Kaag. De subtitel is weliswaar “worden wie je bent”,  maar het uitgangspunt is het gedachtegoed van Nietzsche, en de wijze om het te begrijpen is wandelen in de Zwitserse bergen op dezelfde locatie als Nietzsche wandelde. Tussendoor geeft Kaag diverse aanwijingen over hoe je Nietzsches theorie kan toepassen in je eigen leven. Bij Lidewey van Noord is wandelen het uitgangspunt. Ze vertelt over haar ervaringen. Ze vertelt niet over “de angst”, maar haar angst, en vult dat concreet in. Ze vertelt over hoe ze terugkeerde omdat ze haar zakmes vergat, en dan thuis oefent om het zo snel mogelijk te openen. En ze schrijft openhartig dat als ze iets wil doen aan haar angst, ze eerst haar zelfbeeld moet bijstellen.  Ze vertelt over de boze buitenwereld geleidelijk toegankelijker werd … Belangrijk, als je op stap gaat, doe dat op je eentje. Niet dat samen wandelen niet aangenaam kan zijn, integendeel, maar je bereikt niet hetzelfde doel.

 

Vanuit de psychologie wordt het belang van wandelen op je eentje aangeprezen. “De solowandelaar” verkeert altijd in het gezelschap van zijn eigen lichaam en eigen gedachten, die tijdens de wandeling dankzij het feit dat zij zich beiden door hetzelfde landschap bewegen, op natuurlijke wijze samen lijken te vallen, in evenwicht zijn. Ze beschrijft haar geluksmomenten, met als uitschieter haar kijk over de mistvelden met in de verte de Alpen. Verder beschrijft ze de wisselwerking die er ontstaat met de omgeving als je steeds dezelfde paden volgt, hoe ze haar angsten stapsgewijs overwon en wat dat telkens met haar deed, hoe ze haar eigen kracht leerde kennen, hoe ze leerde vertrouwen op haar eigen lichaam, en autonomie opbouwde, hoe ze milder werd voor haar eigen lijf, hoe je moet inzetten op kracht en veerkracht …Als je écht wil weten hoe wandelen als therapie werkt, is dit een handig boek, wandelen nog beter.

 

Lidewey van Noord koppelt haar eigen ervaring, uiteraard, ook aan literatuur. Niet toevallig duikt dan Stevenson op, die ruim een eeuw geleden door de Cevennes trok (1879). Gelukkig kijkt ze ook heel wat ruimer en situeert haar ervaringen in onze Westerse filosofie, telkens kort, maar to the point. Ze gebruikt een heel toegankelijke taal, met korte, heldere zinnen. Daarnaast heeft ze oog voor de ervaringen van andere solowandelaars. Het onderwerp om alleen te wandelen als vrouw, ontwijkt ze niet. Ze sluit haar boek af met een aantal tips. Verwacht niets nieuws, niets spectaculairs, geen wandelroutes, geen kaarten, geen vernieuwende aanpak. Het is een persoonlijke getuigenis met een kader. Het is een kort boek, centraal een tiental foto’s, en voor de rest een sobere uitgave. Eén lange avond lezen, en je bent er helemaal doorheen. Vergeet je regenjas niet, en vertrek.

 

https://knnvuitgeverij.nl/artikel/alleen-op-avontuur.html

 

 

Avontuurlijk wandelen in Vlaanderen

 




Avontuurlijk wandelen in Vlaanderen, Michaël Cassaert

Vroeger dwaalden vooral priesters met een boek door het landschap, brevierend. Vandaag nemen bewuste wandelaars hun eigen bijbelwandelboek mee.

Avontuurlijk wandelen in Vlaanderen bevat “20 tochten voor grote en kleine avonturiers dicht bij huis”. Acht van de 20 wandelingen liggen in Limburg. Het boek werd samengesteld en geschreven door Michaël Cassaert, met foto’s van Koen De Langhe. Michaël Cassaert werkt samen met uitgeverij Lannoo, een uitgeverij die zich intens toelegt op dergelijke uitgaves. Hét grote voordeel is dat het boek tientallen uren zoekwerk bespaart. Doorploegen van sites van toeristische diensten, uitspitten van natuurbeheerplannen, uitvlooien van wandelkaarten: allemaal niet meer nodig. En, belangrijker, alle trajecten werden vooraf bewandeld en geëvalueerd. Cassaert is een intellectuele puzzelaar en wandelt altijd, behalve als hij doodziek is, en deelt met het boek zijn ervaring. Gevolg, je wandelt veel beter mét het boek dan met een smartphone of enkel (een print van) een kaart.

De informatie over elke wandeling is zeer systematisch weergegeven in een strakke opmaak. Uiteraard vind je een kaart, en een gedetailleerde beschrijving. In het beschrijvende deel wordt veel aandacht besteed aan de natuur (vooral zien en horen). Verder vind je een beschrijving van het gebied (de “identiteitskaart”), de referentiepunten, hoe je op de startplaats geraakt, hoe avontuurlijk de wandeling is, enz. Het zijn het allemaal lussen, vertrek- en aankomstplaats zijn dezelfde. De overzichtskaart van Vlaanderen met “legenda wandelkaarten” vertelt veel over het opzet en de uitwerking. Wat de trajecten betreft vind je aanduidingen als “uitbreiding route”, “modderig pad”, “vlonderpaden”, “steile klim”, “behendigheid nodig” en “zoek zelf je weg”, informatie die duidelijk maakt dat je je naaldhakken best thuis laat. Een andere groep symbolen vertelt veel over de inhoud, zoals “bloemrijke ruigtes”, “watervogels”, “vogels”, “vlinders”, “sporen van wildlife”, enz. De lengte van de wandelingen bedraagt meestal anderhalf tot twee uur.  

Ik heb alvast één wandeling gelopen op een dag tijdens de herfstvakantie, volop in coronacrisis. Ik maakte de keuze op basis van de ligging. Het boek vermeldt ook de ideale periode, een tekstblok die ik beter vooraf gelezen had. Vooral weilanden zijn meer aanlokkelijk in het late voorjaar, een bedenking die voor de meeste wandelingen natuurlijk relevant is.

Vooraf, de eerste hindernis was het boek, toch wel wat dik als je gewoon bent om met één kaart op pad te gaan. Uitneembare kaarten kunnen handig zijn, behalve voor sloddervossen. Een deel van de tekst werd in een groene kleur gedrukt. Vanuit het standpunt van de leesbaarheid had men een betere keuze kunnen maken. Er wordt in het boek een heel duidelijk onderscheid gemaakt tussen de route en de achtergrondinformatie. Op die manier wordt de bruikbaarheid van het boek voor een langere tijd gegarandeerd. Ter plaatse was de overbevolking markant, en dus maar een mondmasker op in en om een natuurgebied. Meer natuur is inderdaad welkom in Vlaanderen. Mensen hangen rond een gesloten bezoekerscentrum met gesloten café. Bubbels worden voortdurend gekruist, anderen zitten op een bank en genieten van meegezeulde bubbels. Vlonders zijn niet geschikt voor het veilig kruisen. Het is dan kiezen tussen een risicocontact of natte voeten, wat een dilemma. De beschrijvingen in het boek zijn accuraat, volledig, gedetailleerd en informatief.  Een boek met avontuur voor kinderen en informatie voor ouderen.

https://www.lannoo.be/nl/avontuurlijk-wandelen-vlaanderen

Doe het zero

 




Doe het zero, Jessie en Nicky Kroon

Mooi, overzichtelijk en toegankelijk. De foto’s stralen sereniteit uit.

Plasticvrij leven willen velen, maar je botst telkens op gelijkaardige problemen: elke keer dat je thuis komt na een supermarktbezoek, ervaar je een teleurstelling. Vlamingen zijn dan weliswaar kampioen in het selectief sorteren, de hoeveelheid restafval per kg en per inwoner vandaag is erg vergelijkbaar met die van midden jaren 80 van de vorige eeuw. Jessie en Nicky Kroon laten je lezen hoe je dat kan aanpakken. Je bepaalt zelf je grens als je instapt. Mocht je hulp zoeken, dan kan je bijvoorbeeld terecht op https://info.meiplasticvrij.be/.

Ze delen kilo’s ervaring. En, het weze helder, het onderste moet écht niet uit de kan. Veiligheid en betrouwbaarheid zijn belangrijke criteria voor hen. Medicijnen, hulpmiddelen bij menstruatie, voorbehoedmiddelen, zonnebrandcrèmes, dat pakken ze niet aan. Blijft dat ene merkwaardige voorbeeld over haar-elastiekjes. Hoef je niet te kopen, raap ze op straat op en kook ze. Inhoudelijk klopt dat, maar doen ze dit nu omdat ze “prijsbewust” zijn of omdat ze milieubewust zijn?  Beide lopen soms behoorlijk parallel. Als je prijsbewust bent, ga je intenser nadenken over bijvoorbeeld herstel en hergebruik. De suggestie over de haarelastiekjes doet dan toch even denken aan een  inmiddels verdwenen tijdschrift in Nederland, de vrekkenkrant.  

Er is een uitgebreide inhoudstafel die snel laat zien wat je allemaal wel kan verwachten, opgedeeld in vier groepen, nl. badkamer, schoonmaken, keuken en speciale gelegenheden. Meer concreet lees je hoe bijvoorbeeld tandpasta, haarwax, conditioner, mascara, badbommen, handbalsem, wc-reiniger, afwasmiddelen, ontvetter, vlekkenverwijderaar, ijsthee, bananenijs, havermelk, maar ook confetti en vlaggetjes zelf kan maken. De nadruk ligt niet op voedsel, wel op de hele praktische organisatie van je leven. Het is allesomvattend.

Het is een ronduit prachtig boek. Toegankelijk geschreven, puttend uit eigen ervaring, boordevol concrete en haalbare tips, schitterende foto’s van vele eenvoudige objecten en een sobere lay-out. Gelukkig zijn er nog vormgevers die heel goed aanvoelen dat een pagina niet boordevol met tekst moet staan. Voor elk product werden twee icoontjes toegevoegd die de tijd en de moeilijkheidsgraad aangeven. Eenvoud in vorm en inhoud.

https://www.standaarduitgeverij.be/boek/doe-het-zero-9789044979138/

Maak je eigen jungle

 


Maak je eigen jungle, meer dierenleven in je tuin  Katja Staring, Anna Kemp & Kim Veenman


 “Bestaat er een jungle zonder Baloe de beer”? zou zo een vraag uit de quiz “de slimste mens” kunnen zijn. Ja. “En kan het dan wel een goed boek zijn? Ja. Dit boek biedt een originele kijk op een traditioneel onderwerp, je (eigen) tuin. Een tuin inrichten is eenvoudig. Vanuit de thermodynamica weten we dat natuur streeft naar maximale wanorde, en dat is tegelijk de optimale situatie voor een rijk planten- en dierenleven. Wat moet je doen om dat te bereiken? Antwoord: de natuur laten doen.

Wat is een tuin? Een ruimte op onze aarde. Ergens in een kast hebben we allen een document dat legitimeert dat dat stukje van de aardbol exclusief van ons is. Is dat wel zo? Dieren lezen die documenten niet. Voor dieren en planten is het een ruimte zoals een ander: sommige migreren dus door je tuin, enkele blijven er. Is een tuin een opgave of maak je er plezier? Minder inrichten, meer genieten, meer aanvaarden, en schijnbare nadelen ombuigen in voordelen. Een voorbeeld: “De mol maakt je tuinbodem luchtig en eet plaagdieren. Hij bezorgt je gratis verse, schone, luchtige potgrond, schep die weg en zaai op de kale plekken biologische wildebloemenzaadjes, bijvoorbeeld klaver … Heb je toch vreselijk last van de mol? Doe dan je gazon weg !” Voor velen een moeilijke stap om te zetten. Je kan immers geleidelijk van je gazon afstappen door minder te maaien, het gras niet meer af te voeren, niet te verticuteren en niet te mesten. Het boek laat er geen gras over groeien en kiest resoluut: “maak je eigen jungle”. Je hoeft je niet elke dag uit te sloven van ’s ochtends tot ’s avonds, en als je inrichtingsklusjes opknapt in je tuin, maak dan je tuin aantrekkelijker voor dieren: insectenhuisjes, doorgangen voor egels, oorwormpotjes …

De taal en de opmaak zijn speels, en het boek staat boordevol illustraties en foto’s. Merkwaardig zijn de vele tekeningen en schetsen. Ze ontlokken verwondering, de eigenschap die velen geleidelijk verliezen als ze ouder worden. Het boek lijkt dan ook vaak een kinderboek. Maar de tekst is dat niet. De ludieke aanpak is creatief, maar het is wel voortdurend balanceren tussen kinderen (sommige illustraties) en de tekst (volwassenen). Vele tuinboeken sluiten af met lijsten en tabellen. Voor dit boek is dat niet anders. Je vindt beschrijvingen van beelden per seizoen, lijsten van planten, een bloei- en oogstkalender van bijvoorbeeld beuk, braam en lijsterbes.

https://knnvuitgeverij.nl/artikel/maak-je-eigen-jungle.html#:~:text=Katja%20Staring,-Katja%20Staring%20publiceert&text=Voor%20KNNV%20Uitgeverij%20schreef%20zij,jouw%20tuin%20te%20maken%20hebben.